inleiding op de reeks ‘evangelie’-commentaren van de Goede Week

Gewoonlijk geven wij hier een kort commentaar op het Evangelie van de dag. Maar in de Goede Week is het ‘verhaal’ genoegzaam bekend. Jezus gaat consequent de weg van zijn leven, die inbegrijpen zijn dood en verrijzenis. Ze zijn de vervulling van hoe hij zelf heeft geleefd, maar ook de vervulling van wat hij in ‘de Schriften’ (wat wij ‘het Oude Testament’ noemen) las. Daarom volgen we dit jaar van Palmzondag t.e.m. Paas-maandag niet rechtstreeks de Evangelies, maar de eerste lezingen van die dagen.
Veel ‘uitleg’ hoeven ze meestal ook niet. Het belangrijkste is ze te overwegen: lees en herlees, zie en verwonder je, peil naar de diepte van het Godsgebeuren in de mens.
We geven telkens ook de bijhorende Psalm mee. Jezus kende die, hij bad ze. In deze teksten kunnen wij mee zijn roeping, zijn levensweg en zijn gebed tot de onze maken.
(De tekst van de lezingen is uit NBV21, van de Psalmen uit 150 Liederen ten Léven.)
(Wie deze teksten elders wil gebruiken mag dat vrij doen. Wil echter misschien van de gelegenheid gebruik maken om mee ‘het Goede Nieuws’ te verspreiden en onze dagelijkse commentaren verder kenbaar te maken.)
De hele reeks online vind je hier terug

Maandag (6/04/2026)
Handelingen 2,14.22-32 + Psalm 16

14 Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte.
22 Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus van Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. 23 Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door goddelozen laten kruisigen en doden. 24 God heeft Hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van Hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over Hem niet behouden. 25 David zegt immers over Hem:
“Steeds houd ik de Heer voor ogen,
Hij is aan mijn zijde, ik wankel niet.
26 Daarom verheugt zich mijn hart
en jubelt mijn tong van blijdschap.
Vervuld van hoop rust mijn lichaam,
27 want U zult mij niet overleveren aan het dodenrijk
en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan.
28 U hebt mij de weg naar het leven getoond,
uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.” (Ps.16,8-11)
29 Volksgenoten, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier. 30 Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, 31 heeft hij de opstanding van de messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. 32 Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen.

Petrus’ getuigenis gaat door. De mijne ook? (Of ben ik er nog niet aan begonnen?)
Hij weet zich in een traditie staan waarin God met zijn volk op weg gaat. En Petrus gaat mee, en hoopt vurig dat iedereen mee wil, want het wordt een weg ten Léven. Nee, onze God is geen God van doden, maar van levenden! Zelfs waar er menselijk gezien ‘dood’ is, wekt hij nog tot leven.
Ben ík ‘opgewekt’? Misschien heb ik God nog te weinig binnen gelaten in mijn doodsheid?
Maar gedragen door de traditie – zo prachtig krachtig vertolkt in de Psalmen (hier bijzonder Psalm 16!) – zal ik schoorvoetend verder gaan … en Léven (en dus ook léven geven)!

Bidden we ook:
Psalm 16

Mijn hart moge in kennis zijn met God. Halleluja.

1     Mijn God, mijn behòeder,
       bij Jou vind ik beschùtting.
2     Mijn ziel zingt tot Jóu:
       Jij bent mijn goed, mijn ál.

3     Alle Godzoekenden zijn mij tot vrìend,
4     maar wie àndere goden dienen
       vermeerderen hun zórgen.
       Ik zal ze niet eren, niet nóemen.

5     Mijn God, Jij schenkt Je aan mìj:
       een volle beker, een steunende hànd.
6     Jij meet mij ruimte van léven toe:
       lieflijk en vervúllend.

7     Ik loof Je, mijn God die mij ràad geeft
       – zelfs ’s nachts onderricht Je mij verbòrgen.
8     Ik stel Jou altijd voor ógen;
       ik wankel niet; Jij staat náast mij.

9     Daarom heb ik vreugde in hart en zìel
       en woont mijn lichaam in vrède.
10    Jij geeft mij niet prijs aan de dóod;
       wie Jou trouw is, gaat niet ten ónder.

11    Jij wijst mij de weg ten lèven:
       verzadiging van vrèugde,
       veilig voedende wéidegrond,
=     in jouw nabijheid – tot altíjd.

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280