
Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.

Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.
Donderdag (14/05/2026) – hoogfeest vd Hemelvaart vd Heer (A)
Mt.28,16-20
16 Maar de elf gingen naar Galilea,
naar de berg waar Jezus hen toe nodigde.
17 Toen ze hem zagen,
vielen ze voor hem op de knieën,
al twijfelden sommigen.
18 Jezus kwam naar hen toe en zei:
“Mij is alle volmacht gegeven
in de hemelen en op de aarde.
19 Ga, maak alle volken tot leerling,
en doop hen
in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
20 Onderwijs hen te be-waren
alles wat ik jullie heb gewezen.
En kijk!
Ik ben met jullie
al de dagen tot aan de voleinding van de tijd.”
In het nog steeds lezenswaardig boekje (te ontlenen in de bieb van het Onderweghuis) ‘Afspraak in Galilea’, wijst de auteur Eloi Leclerc er op dat Jezus na zijn verrijzenis de leerlingen uitnodigt om niet in Jeruzalem te blijven, maar naar Galilea te gaan.
Jeruzalem, het religieuze en politieke centrum met z’n machthebbers en majestueuze tempel waren niet de plek voor een ontmoeting met de Lévende. De Lévende laat zich ontmoeten waar het ook allemaal begon: bij de heel gewone en vaak kleine dingen van het menselijke leven.
En het is de ontmoeting met de Lévende die de bron vormt om Jezus’ bevrijdende boodschap uit te dragen. Zonder die ontmoeting, dragen leerlingen alleen hun eigen boodschap uit.
Als we vandaag de indruk hebben van een ‘Gods-verduisterde tijd’, dan moeten we eerst en vooral de ontmoeting met de Lévende zoeken, en die zullen we niet zozeer vinden in …,
maar in … .
Maandag (11/05/2026)
Joh.15,26 – 16,4a
26 Maar wanneer de medestander komt
die ik van bij de Vader naar jullie zal zenden,
de Geest van de waarheid
die van de Vader uitgaat,
zal díe over mij getuigen.
27 En ook jullie zullen getuigen,
omdat je vanaf het begin bij mij bent geweest.
1 Ik heb jullie deze dingen gezegd
opdat je niet zou struikelen.
2 Ze zullen jullie uit de samenkomsten weren.
Ja, er komt een uur
dat ieder die jullie doodt
zal denken een dienst aan God te doen!
3 En ze zullen dat doen
omdat ze noch mij noch de Vader hebben leren kennen.
4 Maar ik heb jullie deze dingen gezegd
opdat wanneer dat uur komt,
je je zou her-inneren dat ik ze gezegd heb.
Jezus maakt zich zorgen om zijn leerlingen wanneer hij er niet meer zal zijn. Hoe zullen zij standhouden tegen tegenkrachten en blijven getuigen van zijn liefde? Hij weet hoe moeilijk het is om met heel je leven die weg te gaan. Daarom belooft hij de Geest van waarheid, de Medestander van de Vader. Die zal hen helpen in woord en daad leren onderscheiden wat waar is en hen aanvuren om G-ds liefde niet alleen te verkondigen, maar ook te beléven en ter sprake te brengen. Die belofte geldt niet alleen de eerste leerlingen, maar ook ons vandaag.
Toch waarschuwt Jezus ook: deze weg is niet vanzelfsprekend. Getuigen van goedheid en waarheid kan weerstand oproepen, zelfs vanuit religieuze logica. Jezus zelf heeft dat ervaren wanneer het goede niet werd aanvaard. Maar precies daar blijft de Geest dragen en moed geven, zodat wij in woord en daad kunnen blijven getuigen van G-ds aanwezigheid, midden in een weerbarstige wereld.
Woensdag (13/05/2026)
Joh.16,12-15
12 Nog veel zou ik jullie willen zeggen,
maar je bent nu nog niet bij machte ze te dragen.
13 Maar wanneer díe [de Medestander] komt,
de Geest van de waarheid,
zal hij jullie de weg wijzen in alle waarheid.
Want hij zal niet uit zichzelf spreken,
maar hij zal uitspreken wat hij hoort
en jullie verkondigen wat komt.
14 Hij zal mij eren
door te verkondigen wat hij van mij hoorde.
15 Alles wat de Vader heeft, is het mijne.
Daarom zei ik dat hij zal verkondigen wat hij van mij hoorde.
Als onze kerk – wijzelf dus incluis – nu eens zouden gelóven wat we verkondigen …!
Als we nu eens zouden ophouden te denken dat wijzelf wel de kerk en het Evangelie kunnen dragen en realiseren! (Is het je nog nooit opgevallen dat dat de ‘kerkelijke versie’ is van de vandaag alomtegenwoordige gedachte van de maakbaarheid van de wereld en ons leven?)
Als wij nu eens zouden gelóven dat wijzelf dat niet kunnen – en dus ook niet hoeven – maar dat de Geest, G-d zélf, dat zal doen …!
Zou er dan niet meer ruimte komen voor het waaien van die Geest? Zouden wij dan niet ervaren dat in al ons kerkelijk geploeter er een Medestander is – die overigens beter de weg weet dan wijzelf? Zou die kerk dan niet meer ‘adem’ krijgen – in de Bijbelse taal hetzelfde woord voor g/Geest, kracht, dynamiek, beweging, leven (Léven, eigenlijk)?
Ja, als onze kerk – wijzelf dus incluis – nu eens zouden gelóven wat we verkondigen, zouden we véél meer Adem krijgen …!
Zondag (10/05/2026) – 6de Paaszondag A
Joh.14,15-21
15 Als je mij daad-werkelijk liefhebt,
maak (je) mijn wijzingen waar
16 en ik zal de Vader vragen
jullie een andere medestander te geven
die voor altijd bij jullie blijft:
17 de Geest van de waarheid.
De wereld kan hem niet ontvangen
omdat zij hem niet aanschouwt
en niet leert kennen;
maar jullie leren hem kennen
omdat hij in jullie verblijft
en ik in jullie zal zijn.
18 Ik laat jullie niet als wezen achter.
Ik kom naar jullie toe.
19 Nog klein zijnde, aanschouwt de wereld mij niet,
maar jullie aanschouwen mij, want ik leef,
en jullie zullen leven!
20 Op die dag zul je leren kennen hebben
dat ik in mijn Vader ben
en jullie in mij
en ik in jullie.
21 Wie mijn wijzingen waar maakt,
die is het die mij daad-werkelijk liefheeft.
En wie mij daad-werkelijk liefheeft,
hem(/haar) zal mijn Vader daad-werkelijk liefhebben.
En ik zal hem daad-werkelijk liehebben
en mijzelf aan hem openbaren.
Gelovig leven begint niet bij wat wij doen, maar bij wat er in ons gebeurt. Diep in ons draagt iets een stil, bijna verborgen verlangen naar liefde, omdat we van oorsprong door G-d bemind zijn. En toch raken we dat besef vaak kwijt door angst en de drang om alles zelf in handen te houden. We proberen te begrijpen en te sturen, maar telkens opnieuw botsen we op onze grenzen.
Daarom wordt ons de Geest van waarheid en liefde geschonken. Hij vormt ons om van binnenuit, opent onze ogen en leert ons kijken met een vernieuwde blik: aandachtig en ontvankelijk. In de ander, in elke ontmoeting, mogen we zo iets vermoeden van G-ds aanwezigheid. Niet als een prestatie van onszelf, maar als een langzaam ontwaken voor een werkelijkheid die ons al die tijd gedragen heeft, groeit in ons het besef dat G-d niet ver weg is, maar heel nabij, levend in elke mens.
Wat menselijk gezien onbereikbaar leek, wordt mogelijk wanneer we ons toevertrouwen aan die stille, uitnodigende beweging van liefde die ons telkens weer tegemoetkomt en ons leven opent.
Dinsdag (12/05/2026)
Joh.16,5-11
5 Nu ga ik heen
naar wie mij gezonden heeft.
En niemand van jullie vraagt:
Waar ga je heen?
6 Omdat ik deze dingen heb gezegd,
is jullie hart van droefheid vervuld.
7 Maar ik zeg jullie de waarheid:
Het is in jullie belang dat ik wegga!
Want als ik niet wegga,
zal de medestander niet naar jullie komen;
maar als ik wel wegga,
zal ik hem naar jullie zenden.
8 En wanneer hij gekomen zal zijn,
zal hij in de wereld aan het licht brengen
hoe het zit met de zonde, de gerechtigheid en het oordeel.
9 Over de zonde [verwijdering]:
omdat ze niet vertrouwen in mij;
10 over de gerechtigheid [integriteit]:
omdat ik heenga naar de Vader
en jullie mij niet meer zullen aanschouwen;
11 over het oordeel:
omdat de heerser van de wereld geoordeeld is.
Wanneer Jezus bij zijn leerlingen zijn afscheid aankondigt, laat Johannes heel duidelijk de intense verbondenheid tussen G-d, Jezus en de ‘medestander’ doorklinken. Jezus zegt dat zijn heengaan noodzakelijk is. Als mens is hij begrensd, maar zijn Geest, de boodschap die hij heeft voorgeleefd, ademt overal, zonder grenzen. Wat hij begonnen is, wordt in die Geest verder gedragen.
De leerlingen begrijpen het niet; zij blijven vasthangen aan wat zichtbaar is. Maar het gaat niet om Jezus als persoon, maar om leven in G-ds adem. In die Geest worden zij uitgenodigd niet te kopiëren wat geweest is, maar telkens opnieuw te onderscheiden wat leven geeft.
De Geest zal voor hen (en voor ons) de waarheid blootleggen — niet als bezit, maar als beweging die bevrijdt en de mens opent voor gerechtigheid, tegen geweld en onverschilligheid in. Wie zich aan hem toevertrouwt, ontdekt een andere wind: zacht en tegelijk onweerstaanbaar, een vuur dat niet verteert maar tot leven wekt.
Zaterdag (9/05/2026)
Joh.15,18-21
18 Als de wereld jullie haat,
besef dan dat ze mij eerder heeft gehaat dan jullie.
19 Als jullie van de wereld zouden zijn,
dan zou ze wel vriendelijk behandelen wat haar eigen is,
maar omdat jullie niet van de wereld zijn,
omdat ik jullie heb uitgekozen úit de wereld,
daarom haat de wereld jullie.
20 Her-inner je het woord dat ik tegen jullie sprak:
Een dienaar is niet groter dan zijn heer. [Joh.13,16]
Als ze mij hebben vervolgd,
zullen ze ook jullie vervolgen;
en als ze mijn woord hebben be-waard [waargemaakt],
zullen ze ook dat van jullie be-waren.
21 En dit alles zullen ze jullie aandoen
omwille van mijn naam,
omdat ze geen voeling hebben met wie mij gezonden heeft!
De toon lijkt even anders te worden. Jezus spreekt niet meer alleen over liefde, verbondenheid en vreugde, maar ook over weerstand: “Als de wereld jullie haat, besef dan dat ze mij eerder heeft gehaat dan jullie.”
Hiermee wil hij geen angst zaaien, maar veeleer oproepen tot nuchterheid. Wie met hem wil leven, zal merken dat niet alles vanzelf meewerkt. Niet omdat de wereld per se slecht is, maar omdat zijn manier van liefhebben iets losmaakt. Ze botst met wat mensen vanzelfsprekend lijken te vinden: eigen geluk, individualisme, zelfbescherming, gelijk krijgen ...
Maar hij blijft niet hangen bij de zwaarte van zijn opdracht. Hij zegt zijn leerlingen ook dat de leerling niet groter is dan de meester. Wat hij doorgemaakt heeft, kan ook de weg worden van wie hem volgt. Niet als kopie van lijden, maar als trouw in dezelfde richting.
En zo krijgt ook dit fragment iets bemoedigends: Weerstand is niet het einde van de weg, maar kan juist bevestigen dat je niet alleen op jezelf leeft. Blijven in hem betekent ook: blijven wanneer het moeilijk wordt, en niet loslaten wat liefde vraagt.