
Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.

Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.
Dinsdag (13/01/2026)
Mc.1,21-28
21 Ze trokken binnen in Kafarnaum
en onmiddellijk ging hij op de sabbatdagen
de plaats van samenkomst [synagoge] binnen
en gaf onderricht.
22 Zij waren buiten zichzelf van verbazing door zijn onderricht,
want hij onderrichtte als een gezaghebbende,
en niet zoals de boekgeleerden.
23 Onmiddellijk was er in hun plaats van samenkomst
een mens met een nog niet gereinigde geest die krijste:
24 “Jij daar, wat is er tussen ons en jou, Jezus van Nazareth!?
Ben je gekomen om ons te vernietigen?
Ik weet wel wie jij bent: de heilige van God!”
25 Maar Jezus ging kordaat tegen de geest in
met enkel te zeggen:
“Gemuilkorfd! Ga uit hem weg!”
26 De nog niet gereinigde geest deed de man stuiptrekken
en met luide stem krijsend ging hij weg uit hem.
27 Allen stonden zo perplex
dat ze onder elkaar discussieerden:
“Wat is dat allemaal?
Wat is dat voor een onderricht
dat met gezag zelfs de nog niet gereinigde geesten beveelt
en dat ze hem gehoorzamen?”
28 En onmiddellijk verspreidt dit ongehoorde over hem
zich naar heel het ommeland van Galilea.
We starten deze week, met de ‘gewone tijd door het jaar’, met een continue lezing van het Marcusevangelie. We zijn dus helemaal aan het begin daarvan. Gisteren lazen we dat hij van bij de aanvang wist dat hij het niet alleen kon; vandaag valt iets anders op: Drie maal staat er ‘onmiddel-lijk’. Hij is nog maar begonnen of het gebeurt al.
Dat woordje staat in het Marcusevangelie nog vele malen. Hij, en alle mensen die Jezus hadden gehoord, moeten sterk onder de indruk zijn geweest van de on-middel-lijke kracht die van Jezus uitging. Nergens schrijft hij dat Jezus de verwachte messias is, integendeel, hij probeert dat wat te camoufleren, maar wel schrijft hij dat Jezus geen be-middel-ing nodig heeft als het gaat om de verbinding tussen G-d en mens.
Onmiddellijk ging hij … – zullen wij zodadelijk ook eraan beginnen om de verbinding tussen G-d en mens op de plaatsen waar wij komen, zichtbaar te maken?
Onmiddellijk was er een mens met … – zullen wij zodadelijk met onze ‘nog niet gereinigdheden’, ‘onze demonen’, naar Jezus toegaan?
Onmiddellijk verspreidt … – zullen wij zodadelijk meewerken aan de verkondiging, overal waar wij komen?
Donderdag (15/01/2026)
Mc.1,40-45
40 Er kwam ook een melaatse bij hem.
Die knielde voor hem neer en smeekte:
“Als je het wil, ben je in de kracht mij te reinigen!”
41 En Jezus, ten diepste bewogen,
strekte zijn hand uit en raakte hem aan:
“Ik wil: word gereinigd!”
42 Onmiddellijk verdween zijn melaatsheid
en werd hij gereinigd.
43 Onmiddellijk stuurde Jezus hem weg,
hem streng toesprekend:
44 “Let op dat je aan niemand iets zegt,
maar ga [naar de tempel in Jeruzalem]
en laat je zien aan de priester
en offer voor je reiniging
wat Mozes heeft geboden,
als een getuigenis voor hen.
45 Eenmaal buiten, begon de man het echter luid te verkondigen
en ruchtbaarheid te geven aan de zaak,
zodat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen,
maar buiten, op eenzame plaatsen, verbleef.
Toch kwamen ze overal vandaan bij hem.
We hadden de Lucas-versie van dit gebeuren nog pas op 9 januari; je kunt het daar nog eens teruglezen. We hadden het toen over hoe de ‘dynamiek van de Geest’ een ‘omgekeerde’ logica volgt dan de ‘dynamiek van de wereld’.
Jezus komt dus in een soort dubbelheid terecht: ‘de wereld’ vindt het bijzonder fascinerend dat Jezus mensen kan genezen en ze zoeken hem daarvoor, omdat ze maar al te graag gebruik maken van hem. Toch zal diezelfde wereld hem over niet zo lange tijd uitspuwen, verwerpen en ter dood brengen.
Jezus heeft het al snel door dat ze niet altijd voor de juiste redenen hem zoeken, of dat ze doorheen de ‘spectaculaire’ genezingen niet zien dat het éigenlijke gebeuren zich veel dieper afspeelt en dat het een bevrijdingsgebeuren is dat G-d aan deze mens verschaft!
Jezus zelf kan in dit spanningsveld blijven staan omdat hij in een ándere ‘dubbelheid’ leeft: die van zijn innige verbinding met G-d enerzijds, die hij systematisch voedt op eenzame plaatsen, en die van zijn innige bewogenheid om mensen.
Maandag (12/01/2026)
Mc.1,14-20
14 Maar nadat Johannes gevangen genomen was,
ging Jezus naar Galilea
en verkondigde hij de bevrijdende boodschap
van het koningschap van God:
15 “De tijd is vervuld
en het koningschap van God is dichtbij gekomen.
Keer je innerlijk om
en vertrouw op deze bevrijdende boodschap.”
16 Rondwandelend langs het meer van Galilea
zag hij Simon en zijn broer Andreas,
die netten aan het uitwerpen waren in het meer
– zij waren namelijk vissers.
17 “Kom, mij achterna, riep Jezus hen,
en ik zal je doen groeien tot vissers van mensen!”
18 Onmiddellijk lieten zij hun netten los en volgden hem.
19 Een beetje verder gaande zag hij Jakobus,
de zoon van Zebedeus,
en zijn broer Johannes.
Ze waren in hun boot de netten aan het herstellen.
20 Onmiddellijk riep hij hen
en lieten zij hun vader in het schip met de dagloners los
en gingen weg, hem achterna.
Jezus begint aan zijn ‘werk’, de verkondiging en de opbouw van ‘het rijk G-ds’. Maar hij beseft van bij de aanvang dat hij dat niet alleen kan. Nee, zelfs hij kan het rijk G-ds niet op z’n eentje bouwen. En dat gaat er niet alleen om dat hij maar een beperkte tijd heeft en niet overal tegelijk kan zijn, en dus in die zin anderen zou nodig hebben om het na hem en op andere plaatsen te gaan doen. Het is ook veel wezenlijker: het rijk G-ds is ‘in se’ gemeenschap, en dus samen. Niemand kan het rijk G-ds alléén beleven.
Uiteraard zijn er – noodzakelijk!, dat zien we ook bij Jezus – ook momenten van stille afzondering om de innige band met die G-d te zoeken en te versterken, maar uiteindelijk zul je van daaruit toch altijd gezonden worden naar je mede-mensen. Zonder die mede-mensen zouden wij trouwens nooit ‘opgevist’ worden óm het rijk G-ds te leren kennen.
Laten we er dus maar aan beginnen, ja vandaag, om het rijk G-ds te beleven – en dat zal op een of andere manier samen met andere mensen zijn …
Woensdag (14/01/2026)
Mc.1,29-39
29 Onmiddellijk daarna gingen zij naar buiten,
weg uit de plaats van samenkomst,
en gingen naar binnen in het huis van Simon en Andreas,
samen met Jakobus en Johannes.
30 Maar Simons schoonmoeder lag neer, gegrepen door koorts.
Onmiddellijk spaken zij hem over haar.
31 Hij ging naar haar toe,
nam haar bij de hand en richtte haar op.
Onmiddellijk verliet de koorts haar
en zorgde zij voor hen.
32 Toen de zon was ondergegaan en de sabbat ten einde,
brachten ze hem al wie erg zwak was of bezeten.
33 Heel Kafarnaum kwam samen bij de deur
34 en hij heelde velen die erg zwak waren door allerlei lijden
en wierp veel demonen naar buiten,
maar hij liet niet toe dat de demonen van hem getuigden.
35 Heel vroeg in de morgen, toen het nog donker was,
stond hij op en ging weg naar een eenzame plaats,
om daar te bidden.
36 Simon en wie bij hem waren, gingen hem achterna.
37 Toen ze hem gevonden hadden,
zeiden ze tegen hem: “Iedereen zoekt je!”
38 Hij antwoordde hen:
“Laten we naar ergens anders gaan,
naar de omliggende dorpen,
zodat ik ook daar kan verkondigen.
Dat is immers waarom ik op weg ben gegaan.”
39 Zo ging hij verkondigen
in de plaatsen van samenkomst [synagoge] in heel Galilea,
en dreef demonen uit.
Dat Jezus ‘door de kracht van de Geest’ (= dynamiek) in staat was allerlei zieken te genezen, mag wel duidelijk zijn. Dat christenen de tijden door – ook wij dus – de opdracht hebben daar ook mee bezig te zijn, dus ook. Als wij in dezelfde dynamiek als Jezus leven, zijn we daar ook toe in staat!
Toch mogen we Jezus’ – en dus ook ons – leven niet daartoe reduceren. Als de leerlingen hem ‘terug aan het werk’ roepen, zegt hij dat hij elders moet zijn, “zodat ik ook daar kan verkondigen”. Niet de genezingen zijn het doel, wel de verkondiging van het Koningschap van G-d. Dat is iets wat wel eens vergeten wordt bij die ‘ziekenzorg’, toen en nu.
En weeral eens – de eerlijke lezing van het Evangelie ‘verplicht’ ons er op te wijzen – is het ogenschijnlijk kleine, maar noodzakelijke centrum van dit alles dat Jezus zich terugtrekt op een stille plaats voor het gebed. Daarzonder zou hij – en wij – niet de zieken kunnen genezen en niet de onderscheiding kunnen maken dat hij ook naar andere plaatsen moet om het over G-ds koningschap te hebben.
Zondag (11/01/2026) – feest vd doop vd Heer
Mt.3,3.14-17
3 Toen trad Jezus op:
Hij kwam uit Galilea naar de Jordaan
bij Johannes
om door hem ondergedompeld te worden.
14 Maar Johannes hield hem tegen en zei:
“Ík heb het nodig
ondergedompeld te worden door jóu,
en jij komt naar mij!?”
15 Jezus antwoordde hem echter:
“Laat nu maar …
Want zo past het ons te vervullen
al wat recht is in Gods ogen.”
16 Toen hij ondergedompeld was,
stond hij onmiddellijk op
uit het water.
En kijk!, de hemelen werden geopend
en hij zag de geest van God
neerdalend als een duif
en komend op hem.
[zoals de duif na de zondvloed een nieuw tijdperk aankondigde – Gen.8,8-12]
17 En kijk!, een stem uit de hemel zei:
“Dit is mijn daad-werkelijk geliefde zoon
in wie ik instemming vind.” [Jes.42,1]
Weet jij de dag van je Doopsel? De kans is groot dat het antwoord ‘neen’ zal zijn, maar eigenlijk is dat jammer. Het is immers een bijzonder belangrijk moment van je leven, ook al was je wellicht nog te klein om dat nog zelf te herinneren. (Álle ‘grote’ dingen in ons leven gebeuren aan ons in onze kleinheid, terwijl wij er zelf weinig vat op hebben!) Het is het moment dat G-d uitdrukkelijk – ‘Sacramenteel’ – tot jou heeft gezegd: “Jij bent mijn daad-werkelijk geliefde kind!” (Hij ‘zegt’ dat eigenlijk vanaf de aanvang van ons bestaan, maar in het Doopsel wordt dit geëxpliciteerd.) Ons Doopsel is net zo belangrijk – en dus ook belangrijk om er vaak aan te denken – omdat dit woorden zijn die ons hele leven mogen bijblijven.
Welke roeping daar uit voortvloeit, valt een heel leven te ont-dekken, te ont-vouwen. Jezus had de zijne, jij de jouwe. Heb jij al een glimp opgevangen van de jouwe? Hopelijk mag G-d ons niet alleen zijn liefde geven, maar mag hij ook bij ons instemming vinden! (Zeg ik ‘ja’ op zijn liefde?)