
Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.

Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.
Zondag (28/06/2026) – 13de zondag door het jaar (A)
Mt.10,37-42
37 Wie zijn vader en moeder bemint boven mij,
is mij niet waard;
wie zijn zoon of dochter bemint boven mij,
is mij niet waard.
38 En wie zijn kruis niet aanneemt en mij achterna komt,
is mij niet waard.
39 Wie het waarachtige leven [geest-ziel] gevonden heeft,
die zal het verliezen,
en wie het waarachtige leven [geest-ziel] verloren is omwille van mij,
die zal het vinden.
40 Wie jullie verwelkomt,
verwelkomt mij,
en wie mij verwelkomt,
verwelkomt hem die mij gezonden heeft.
41 Wie een profeet verwelkomt
omdat het een profeet is,
zal het loon van een profeet ontvangen;
en wie een rechtvaardige verwelkomt
omdat het een rechtvaardige is,
zal het loon van een rechtvaardige ontvangen.
42 En wie één van deze kleinen
een beker friste te drinken zal geven
alleen maar omdat het een leerling is,
amen, ik zeg jullie:
die zal zijn loon niet ontgaan!”
Het mag duidelijk zijn dat de paradoxale taal die Jezus hier spreekt, niet bedoeld is om rationeel letterlijk te nemen, maar alle aspecten ervan in hun paradoxaliteit in overweging te nemen en te blijven overwegen (zoals koans in het boeddhisme bedoeld zijn).
Veel ‘uitleg’ kan er dus ook niet bij gegeven worden, dan alleen de oproep te blijven overwegen. De Joods-Christelijke spiritualiteit heeft er een specifiek woord voor: remez (Hebr.), ruminatio (Lat.), herkauwen! Geleidelijk aan en doorheen de gebeurtenissen van het leven zal het iets van zijn ‘geheim’ prijs geven en komen we dichter bij wat Jezus noemt ‘het waarachtige (of volle) leven’ (wat een betere vertaling is dan ‘het eeuwige leven’, omdat wij daarmee te automatisch in een tijdsdimensie denken).
Zaterdag (27/06/2026)
Mt.8,5-17
5 Toen Jezus binnenging in Kafarnaüm,
kwam er een centurio [honderdman, Romeinse legeroverste] smekend naar hem:
6 “Heer, mijn jongen [kan zijn zoon zijn, of een dierbare knecht]
ligt thuis verlamd en lijdt vreselijke pijn.”
7 Jezus zei hem: “Ik zal hem komen genezen.”
8 Maar de centurio antwoordde hem:
“Heer, ik ben het niet waard dat je in mijn huis zou komen,
maar spreek slechts één woord
en mijn jongen zal gezond worden.
9 Want ook ik ben een mens aan wie volmacht werd gegeven.
Ik heb soldaten onder mij
en als ik tot de ene zeg ‘ga’, dan gaat hij,
en tot de ander ‘kom’, dan komt hij,
of tegen mijn dienstknecht ‘doe dit’, dan doet hij dat.”
10 Toen Jezus dit hoorde, verwonderde hij zich
en zei tegen wie hem volgden:
“Amen, ik zeg jullie:
Zelfs in Israël heb ik niet zo’n groot vertrouwen gevonden!
11 Daarom zeg ik jullie
dat velen van oost tot west zullen komen
en met Abraham, Isaak en Jakob
deel zullen hebben aan het koningschap van de hemelen.
12 Maar de kinderen van het koninkrijk
zullen eruit geworpen worden
naar de buitenste duisternis.
Daar zal het geween zijn en tandengeknars.”
13 En tegen de centurio zei Jezus: “Ga heen,
zoals je erop vertrouwd hebt, zo moet het je gebeuren.”
En op dat uur werd zijn jongen gezond.
14 Toen Jezus in het huis van Petrus kwam,
zag hij dat zijn schoonmoeder met koorts te bed lag.
15 Hij nam haar hand vast en de koorts verliet haar.
Zij stond op en bediende hen.
16 Het was avond geworden
en men bracht vele bezetenen bij hem.
Met een woord dreef hij de geesten uit
en al wie ziek was, genas hij.
17 Opdat in vervulling zou gaan
wat gezegd werd door de profeet Jesaja:
“Hij heeft onze zwakheden op zich genomen
en onze ziekten gedragen.” [Jes.53,4-5]
Vanuit velerlei oogpunten is dit een mooi en betekenisvol gebeuren. De liefde van die centurio die zich vertaalt in een nederige vraag in overgave, is inderdaad, zoals Jezus het noemt, meer dan navolgenswaardig. Mag je hier trouwens niet zeggen dat het eigenlijk niet om een ‘centurio’ gaat, maar om een vader, of iemand die vaderlijk zorg draagt voor iemand die aan hem is toevertrouwd?! Mooi – goddelijk! – is dat toch als wij zó met elkaar zouden omgaan?!
Maar er is nog iets, iets wat minder vaak naar voor wordt gehaald. Jezus zegt hem: “Zoals je erop vertrouwd hebt, zo moet het je gebeuren.” (v.13) Dat is een érg verstrekkende uitspraak, als je er durft op doordenken. Het zich volledig toeverlaten op Jezus – ook al was dat dan een Jood, over wie hij als Romein gezag moest uitoefenen – was zo waarachtig en zo ingegeven door zijn liefde voor ‘zijn jongen’, dat net dat vertrouwen krachten opwekt die niet uit hemzelf konden komen!
Deze laatste zin is de hele dag – zeg maar ons hele leven – het overwegen, én toepassen, waard!
Vrijdag (26/06/2026)
Mt.8,1-4
1 Nu daalde Jezus af van de berg.
Een grote menigte volgde hem.
2 En kijk, er kwam een melaatse.
Die knielde voor hem neer en zei:
“Als het in jouw bedoeling ligt,
heb je de volmacht mij te reinigen.”
3 Jezus strekte zijn hand uit en raakte hem aan:
“Ik wil, word gereinigd!”
En onmiddellijk werd zijn melaatsheid gereinigd.
4 Jezus zei hem:
“Let op dat je aan niemand iets zegt,
maar ga [naar de tempel in Jeruzalem]
en laat je zien aan de priester
en offer voor je reiniging
wat Mozes heeft geboden,
als een getuigenis voor hen.”
‘Geen woorden maar daden’ …? Jezus voegt de daad bij het woord! 😊 Of je zou eigenlijk nog sterker kunnen zeggen: Bij Jezus vallen woord en daad samen. Goddelijk als hij immers is, is zijn woord altijd een daadkrachtig scheppingswoord.
En is het je al opgevallen dat Jezus meestal erg weinig woorden gebruikt? Specifiek in de daadkrachtige gebeurtenissen van de genezingen, spreekt hij vaak maar één zin, soms maar één woord. Trouwens, zijn hele openbare leven was bijzonder kort, maar kijk eens wat een zeggingskracht!
Misschien moeten wij zelf ook op dat punt wat meer de daad bij het woord voegen. Wij zeggen toch leerlingen van Jezus te zijn? Zouden we dan niet wat meer moeten zwijgen? Of preciezer: Zouden we onze woorden niet meer vanuit onze innerlijke kern, onze verbondenheid met G-d, moeten laten komen, zodat ze wellicht beperkter, maar des te ‘sprekender’ zouden zijn?
Donderdag (25/06/2026)
Mt.7,21-29
21 “Niet iedereen die “Heer, Heer!” tegen mij zegt,
zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen,
maar wie de wil doet van mijn Vader.
22 Op die dag [van het oordeel] zullen velen zeggen:
“Heer, Heer,
hebben wij niet in jouw Naam profetisch gesproken,
hebben wij niet in jouw Naam demonen uitgedreven
en hebben wij niet in jouw Naam vele wonderen gedaan?”
23 Dan zal ik onomwonden tegen hen zeggen:
“Nooit heb ik jullie gekend.
Weg van mij! – die ongerechtigheid doen.” [Ps.6,9]
24 Iedereen die mijn woorden hoort
en ze doet,
is te vergelijken met een verstandig man
die zijn huis bouwde op de rots.
25 De regen sloeg neer,
de rivieren zwollen op,
de winden raasden en beukten op dat huis,
maar het stortte niet in,
want het was gegrondvest op de rots.
26 Maar iedereen die mijn woorden hoort
en ze niet doet,
is te vergelijken met een verdwaasde
die zijn huis bouwde op het zand.
27 De regen sloeg neer,
de rivieren zwollen op,
de winden raasden en beukten op dat huis,
maar het stortte in,
zodat het helemaal verwoest werd.”
28 Toen Jezus deze woorden beëindigde,
stond de menigte versteld van zijn onderricht,
29 want hij onderrichtte als iemand met gezag,
en niet zoals hun schriftgeleerden.
“Geen woorden, maar daden”, zo zou je – misschien een beetje te sloganmatig maar wel terecht – het Evangelie vandaag kunnen samenvatten.
Toch zit er ook nog een venijnig addertje onder het ogenschijnlijk mooi groene gras! Zelfs het “hebben wij in jouw Naam niet veel wonderen gedaan” draagt niet noodzakelijk Jezus’ goedkeuring weg! De vraag is niet alleen óf wij iets hebben gedaan en wat we dan eventueel deden, maar wel of dat “de wil van de Vader” was, of misschien vooral onze eigen wil en glorie?
Het is een lastige vraag, omdat we ze niet graag stellen, maar ook omdat ze niet altijd makkelijk te onderkennen is, maar we moeten zelfs onze góede werken durven onderzoeken of ze vanuit en naar G-d toe zijn gedaan, of vooral vanuit en naar onszelf.
Bouwen op onszelf, is bouwen op los zand …
Waar zal ik steviger rotsgrond vinden?
Woensdag (24/06/2026) – hoogfeest vd geboorte v. Johannes de doper
Lc.1,57-66.80
57 Voor Elisabet brak de tijd aan van de bevalling
en zij bracht een zoon ter wereld.
58 De omwonenden en haar verwanten hoorden
dat de Heer grote tederheid aan haar had getoond
en zij verheugden zich, samen met haar.
59 Op de achtste dag kwamen ze het jongetje besnijden
en noemden het naar zijn vader Zacharias.
60 Maar zijn moeder zei:
“Nee! Het zal genoemd worden: Johannes!”
61 Ze antwoordden haar:
“Maar er is niemand in jouw familie
die deze naam draagt.”
62 Ze wenkten nu zijn vader,
hoe hij zou willen dat het genoemd werd.
63 Hij vroeg een schrijfplankje en schreef:
“Johannes is zijn naam!”
En allen verwonderden zich.
64 Onmiddellijk kon hij weer spreken
en hij zegende God.
65 Huiver overkwam alle omwonenden
en in heel het bergland van Judea werd dit besproken.
66 Al wat men hoorde, sloot men in het hart:
“Wat zal er toch van dit jongetje worden?”,
want de hand van de Heer was met hem.
80 Het jongetje groeide op
en werd gesterkt in de geest.
Hij verbleef op eenzame plaatsen
tot de dag dat hij zich aan Israël bekend maakte.
In de liturgie wordt de geboorte van Johannes de doper gevierd als een hoogfeest. Dat is de op een na hoogste categorie van vieringen (na de ‘dubbelfeesten’ zoals Kerstdag, Pasen en Pinksteren die 2 dagen gevierd worden). In de nuchtere realiteit van ons dagelijks leven … denken we er amper aan!
Nochtans zou er van Jezus en zijn boodschap niet veel geworden zijn zonder de voorlopers – hier even in het meervoud, omdat je daar wellicht alle profeten, Johannes op kop, mag onder rekenen. Als de weg niet geëffend en ‘bereid’ wordt – vooral dan in het hart van de mens – zal er weinig ruimte zijn om die boodschap te ontvangen.
Als wij vandaag de indruk hebben dat er niet veel ruimte is voor Jezus(’s boodschap), dan is dat misschien omdat wij, zijn ‘voorlopers’, niet veel wegen daartoe hebben bereid?! De weg bereiden vraagt immer net níet vast te hangen aan het verleden, maar ongebaande wegen te durven gaan, met alleen onze verbinding met G-d als kompas.
Vandaag kunnen we starten met die voorloper te vieren … én na te volgen.