
Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.

Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.
Donderdag (13/08/2026)
Mt.18,21 - 19,1
21 Petrus kwam naar Jezus en vroeg:
“Heer, hoe vaak mag iemand tegen mij zondigen
om hem nog te vergeven?
Tot zeven maal?” [volgens de Thora: drie of vier maal]
22 Jezus antwoordde hem:
“Niet tot zeven maal, zeg ik je,
maar tot zeventig maal zeven maal!”
23 Zo is het koningschap van de hemelen te vergelijken
met een koning die vereffening wilde vragen van zijn dienaren.
24 Toen hij begon werd iemand bij hem gebracht
die hem tienduizend talenten schuldig was. [= 10.000 x 6.000 daglonen]
25 Omdat hij niets had om te betalen,
beval de heer dat hij, met zijn vrouw, kinderen en al wat hij had,
verkocht zouden worden.
26 Nu viel de dienaar voor hem op zijn knieën en smeekte:
“Wees grootmoedig met mij en ik zal je alles betalen.”
27 De heer werd ten diepste bewogen,
liet de dienaar vrij
en schold hem het geleende kwijt.
28 Maar toen die dienaar naar buiten ging,
kwam hij een mede-dienaar tegen die hem honderd denariën schuldig was. [= 100 daglonen]
Hij greep hem bij de keel:
“Betaal wat je me schuldig bent!”
29 De mede-dienaar viel hem aan de voeten en smeekte:
“Wees grootmoedig met mij en ik zal je alles betalen.”
30 Maar hij weigerde.
Integendeel, hij wierp hem in de gevangenis
totdat hij het verschuldigde betaald zou hebben.
31 Andere mede-dienaars zagen dit gebeuren
en waren zo diep geschokt
dat ze het gebeuren aan hun heer gingen melden.
32 Toen riep de heer hem bij zich en zei hem:
“Inrotte dienaar,
heel die schuld heb ik jou kwijtgescholden
omdat je mij dat gesmeekt hebt.
33 Moest je je dan ook niet ontfermen over die mede-dienaar,
zoals ik me ontfermd heb over jou?”
34 En vertoornd leverde de heer hem over aan de folteraars
totdat hij het hele verschuldigde betaald zou hebben.
35 Zo zal ook mijn hemelse Vader met jullie doen
als je niet van harte je mede-mens vergeeft.”
1 Toen Jezus deze woorden had beëindigd,
vertrok hij uit Galilea
en kwam in het gebied van Judea
aan de overkant van de Jordaan.
Gisteren hadden we het er al over dat Jezus wegen van bevrijding gaat en ook aanbeveelt voor zijn leerlingen. Vandaag gaat hij daarmee verder. Deze tekst volgt in het Matteüs-evangelie ook letterlijk op die van gisteren.
Hoe bevrijdend is het als wij onze medemensen niet alleen wegen van bevrijding aanwijzen, maar hen ook ‘gewoon’ die bevrijding schénken. Vergeving is voluit zo’n weg van bevrijding. Je hoeft het maar even bij jezelf na te gaan om te voelen hoe goed het doet vergeving te mogen ontvangen. Des te sterker wordt dat als je ook mag voelen dat daar geen limiet op staat, anders word ik na een tweede ‘val’ al bang … Drie of vier keer, zegt ‘de wet’; eindeloos, zegt de goddelijke Liefde!
Dat kan hooggegrepen lijken onder mensen – dat ís hooggegrepen – maar er is een ‘eenvoudige’ weg om het toch maar te proberen, en dat is te durven beseffen hóe vaak wij zelf van G-d vergeving nodig hebben; en niet alleen nodig hebben, maar ook kríjgen!
Woensdag (12/08/2026)
Mt.18,15-20
15 Als je broer een fout begaat,
ga erheen en wijs hem terecht
– alleen onder jullie.
Als hij naar je luistert,
heb je je broer gewonnen.
16 Als hij echter niet luistert,
neem dan nog één of twee mensen met je mee
– omdat elk woord gestaafd wordt op grond van twee of drie getuigen. [Deut.19,5]
17 Als hij echter ook aan hen geen gehoor geeft,
zeg het dan [pas] aan de gemeente [ekklesia/kerk],
en als hij ook aan de gemeente geen gehoor geeft,
moet hij voor jullie zijn als een heiden en tollenaar [een buitenstaander].
18 Amen, ik zeg jullie:
Wat je zult binden op de aarde,
zal gebonden zijn in de hemelen,
en wat je zult vrij maken op de aarde,
zal vrij gemaakt zijn in de hemelen.
19 Opnieuw zeg ik jullie:
Als twee van jullie
over wat voor zaak op aarde ook
in overeenstemming iets vragen,
zal mijn Vader in de hemelen het voor hen laten gebeuren.
20 Want waar twee of drie bijeen zijn in mijn naam,
daar ben ik middenin hen!”
Binnen een Christelijke context wordt vaak gesproken over Jezus in termen van ‘redding’ of ‘bevrijding’. Dat mag dan mooi klinken, maar is al bij al niet zo makkelijk te duiden wat het nu precies wil zeggen. Probeer het maar eens voor jezelf: Als je zegt dat Jezus jouw redder/bevrijder is, waar-van of waartoe redt of bevrijdt hij jou dan eigenlijk?
Toch is het voor Jezus duidelijk dat dit ‘redden/bevrijden’ tot de kern van zijn taak hoort, én dat dat ook zo is voor zijn leerlingen, voor ons dus!
Als wij het voor ons eigen leven met onze medemensen bekijken, klinkt het al duidelijker als we spreken over vrij maken i.p.v. over bevrijden. Zoveel mensen zitten vast aan zoveel dingen, ook aan zoveel ‘moetens’ over zichzelf. De manier waarop wij met hen omgaan kan hen daarin verder vast zetten, of net vrij maken!
De toepassing die Jezus hier geeft, is heel bijzonder – en we doen het véél te weinig –: Vanuit de liefde van G-d met de ander durven spreken over gemaakte fouten, zonder véroordeling – en dus zonder geroddel – maar meegaand op wegen van vrij-wording. Dát is ‘goede, bevrijdende boodschap’, Evangelie!
Dinsdag (11/08/2026)
Mt.18,1-5.10.12-14
1 Op dat ogenblik kwamen de leerlingen bij Jezus
en vroegen hem:
“Wie is eigenlijk de grootste in het koninkrijk der hemelen?”
2 Jezus riep een kindje bij zich,
zette het in hun midden
3 en zei: “Amen, ik zeg jullie:
Als je je niet omkeert
en wordt als de kindjes,
zul je het koninkrijk der hemelen zeker niet binnengaan.
4 Wie dus zichzelf zo gering maakt als dit kindje,
die is de grootste in het koninkrijk der hemelen,
5 en wie één zo’n kindje in zich opneemt in mijn naam,
neemt mij in zich op.”
10 Let op dat je niet één van deze kleinen minacht.
Want ik zeg jullie:
Hun engelen in de hemelen aanschouwen voortdurend
het Gelaat van mijn Vader in de hemelen.
12 Wat dunkt jullie?
Als iemand honderd schapen heeft
en één ervan is afgedwaald,
zal hij dan niet de negenennegentig op de bergen laten
en op zoek gaan naar het afgedwaalde?
13 En als hij het vindt
– amen, ik zeg jullie –
dan verblijdt hij zich over dat ene meer
dan over de negenennegentig die niet afdwaalden.
14 Zo is het de bedoeling van jullie Vader in de hemelen,
dat niet één van deze kleinen verloren gaat.
We vinden dit altijd een mooi stukje Evangelie. Maar waarom vinden we het dan zo moeilijk het ook te dóen?
Met het tweede deel, het opzoeken van de verlorene of gekwetste, lukt het nog een beetje – alhoewel: durf ik nagaan hoeveel procent van mijn tijd ik dááraan besteed? Met het eerste deel, de kleine en kwetsbare te zíjn, wordt het al helemaal moeilijk.
Nochtans – en misschien helpt het als we ons dat ook diep realiseren en het ook visualiseren – is het dáár dat Jezus ons omarmt. Net in onze kleinheid komt hij ons tegemoet en toont ons dáár de weg naar ‘het koninkrijk der hemelen’!
Laten we dus niet bang zijn van onze kwetsbaarheid. Het is een essentieel deel van wie wij zijn! Als wij ons alleen maar groot voordoen, verspelen we de helft van het leven – én van ‘het koninkrijk der hemelen! En bang hoeven we niet te zijn, omdat Jezus ons omarmt … Zie het voor je!
Maandag (10/08/2026) – feest vd h. Laurentius, diaken en martelaar
Joh.12,24-26
24 Amen, amen, ik zeg jullie:
Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft,
dan blijft hij alleen;
maar als hij sterft,
draagt hij overvloedig vrucht.
25 Wie zijn eigen leven liefheeft,
verliest het;
wie zijn eigen leven in deze wereld loslaat,
behoudt het voor het voor het volle leven.
26 Als iemand mij dienstbaar wil zijn,
moet hij mij volgen,
en waar ik ben, zal ook mijn dienaar zijn.
En als iemand mij dienstbaar is, zal de Vader hem eren.
Laurentius was diaken in Rome ten tijde van keizer Valerianus I (253-260) en had dus als taak voor de armen van de stad te zorgen. (Historici hebben berekend dat dat er 1500 waren!) Omdat de kerk de keizercultus niet volgde liet Valerianus hem folteren en eiste ‘de schatten van de kerk’ op. Laurentius bracht de keizer … een hele schare arme mensen!
Hij bekocht het met zijn eigen leven …
Maar dít was inderdaad de graankorrel die in de aarde sterft en overvloedig vruchtbaar werd!
De tijden door is het duidelijk dat de kerk op haar best is als ze oog – én daadkracht – heeft voor de armen en kwetsbaren. Dat is eigenlijk ook niet zo verwonderlijk als je eerlijk kijkt naar Jezus’ leven. Dán wordt de kerk overvloedig vruchtbaar.
Als onze hedendaagse Vlaamse kerk nogal dor is, is dat dan omdat ze teveel tijd en aandacht geeft aan het structurele en liturgische aspect, en te weinig aan het diaconale aspect van kerk-zijn?
En durf ík – toch deel van die kerk – wél die graankorrel zijn?
Zondag (9/08/2026) – 19de zondag door het jaar (A)
Mt.14,22-33
22 Onmiddellijk dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te stappen
en voor hem uit naar de overkant te varen,
terwijl hij de menigte zou wegzenden.
23 En nadat hij hen had weggezonden,
ging hij de berg op
om in afzondering te bidden.
Toen de avond viel, was hij daar alleen.
24 De boot was al midden op het meer, ver van het land,
en werd geteisterd door de golven.
Ze hadden immers de wind tegen.
25 In de vierde nachtwake [laatste kwart van de nacht]
kwam Jezus tot bij hen,
wandelend op het meer.
26 Toen de leerlingen hem zagen wandelen op het meer,
raakten ze in grote verwarring.
“Een spook [phantasma]!”, zeiden ze
– en ze schreeuwden van angst.
27 Onmiddellijk echter sprak Jezus tegen hen:
“Hou moed, ik ben het, vrees niet.”
28 Petrus antwoordde hem nu:
“Heer, als jij het bent,
beveel mij dan bij jou te komen op het water.”
29 Hij zei: “Kom!”
En Petrus stapte uit de boot,
wandelde op het water
en ging naar Jezus.
30 Toen hij echter de wind zag,
werd hij bang en begon te zinken.
Hij schreeuwde: “Heer, red mij!”
31 En onmiddellijk strekte Jezus zijn hand uit
en greep hem vast.
Hij zei hem: “Klein-vertrouwende, waarom wankelde je?”
32 Ze stapten in de boot
en de wind ging liggen.
33 Zij die in de boot zaten, bogen voor hem neer:
“Waarlijk, jij bent Gods zoon!”
Dit lijkt mij een Evangelie dat op het lijf geschreven staat van alle leerlingen van Jezus, die van toen én die van nu (en wellicht alle daartussen ook). Wie krijgt al niet eens het gevoel dat Jezus afwezig is uit ons leven en wij het maar zelf moeten aftobben tegen de stormen van het leven?!
We hoeven dat niet te ontkennen, maar we moeten wel het héle stuk lezen. En dan mogen we zien dat Jezus op twee ándere wijzen eigenlijk wél aanwezig is: zijn biddende aanwezigheid, en zijn aanwezigheid als niet onmiddellijk herkenbare gestalte. Als we dat zien, kunnen we onze angst laten varen en moed scheppen voor de vaart.
Daarbij komt echter een nieuwe, eigenlijk moeilijkere, opgave: “Kom,” zegt Jezus, en dat terwijl we te water zijn! Heb ik mijn angst genoeg overwonnen en heeft het vertrouwen genoeg de plaats ervan ingenomen om mij aan dat avontuur met hem te wagen? Toch vraagt hij het aan mij, zo groot is zijn verlangen dat ik hém naderbij zou komen! Zal ik …?