
Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.

Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.
Woensdag (28/10/2026) – feest vd apostelen Simon en Judas
Lc.6,12-16
12 Het gebeurde nu in die dagen
dat hij wegtrok naar de berg
om te bidden.
Hij was de hele nacht door in gebed van God.
13 Toen het dag werd,
riep hij zijn leerlingen bij zich
en koos er twaalf uit
die hij afgezanten [apostolos] noemde:
14 Simon, die hij ook rots [petros] noemde,
en zijn broer Andreas,
Jakobus en Johannes,
Filippus en Bartolomeüs,
15 Matteüs en Tomas,
Jakobus [de zoon] van Alfeüs
en Simon die de ijveraar [zeloot] genoemd werd,
16 Judas van Jakobus
en Judas, de man van Keriot, die een verrader werd.
Jezus trekt zich een hele nacht terug op de berg om te bidden voordat hij zijn twaalf apostelen kiest. Hij maakt geen overhaaste keuze op basis van een goedogende cv, maar kiest weloverwogen, vanuit de stilte en in verbondenheid met de Vader. Wij doen het vaak andersom: we hollen voort, beslissen in de roes van de dag en vragen ons pas achteraf af of we wel de juiste keuze hebben gemaakt.
En wíe kiest hij? Hij kiest geen uitgelezen gezelschap van perfecte mensen zonder twijfels, maar gewone mensen met al hun beperkingen — zelfs Judas hoort erbij! Jezus wacht niet tot alles klopt, maar zoekt mensen met wie hij samen op weg kan gaan en iets op gang kan brengen.
Ook wij worden geroepen, niet noodzakelijk tot grootse daden, maar om in het alledaagse leven iets van G-ds liefde te laten oplichten. Horen we die roep nog, of zijn we te veel in beslag genomen door onze eigen plannen? Hoeveel ruimte durf ik vandaag te maken voor de stilte om te ontdekken waartoe ik geroepen word?
Dinsdag (27/10/2026)
Lc.13,18-21
18 Daarop zei Jezus:
“Waarop lijkt het koningschap van God?
Waarmee zal ik het vergelijken?
19 Het lijkt op een mosterdzaadje.
Iemand wierp het in zijn tuin
en het groeide
en werd een grote struik met vele takken
waarin de vogels van de hemel zich nestelden.”
20 En opnieuw zei hij:
“Waarmee zal ik het koningschap van God vergelijken?
21 Het lijkt op gist
dat een vrouw verborg in een grote hoeveelheid meel,
zodat het in z’n geheel doorgistte.”
Bij dit Evangelie wordt de aandacht vaak getrokken naar het feit dat iets kleins kan uitgroeien tot iets groots, en dat we dus niet moeten denken dat onze eigen daden te klein of betekenisloos zijn voor ‘het koninkrijk van G-d’.
Dat ís ook zo, maar dit keer viel mij iets anders op. Het zaadje moet wel nog geplant worden; de gist moet wel nog aan het deeg toegevoegd worden; … anders gebeurt er niets!
Dus, zijn onze ‘kleine daden’ groot genoeg voor G-ds koninkrijk? Jazeker! Maar we moeten ze wel dóen (en niet alleen erover spreken, plannen, fantaseren, …)!
Maandag (26/10/2026)
Lc.13,10-17
10 Op een keer gaf hij op een sabbat onderricht
in één van de synagogen.
11 Kijk! Er was een vrouw die al achttien jaar ziek was:
ze was kromgebogen en kon zich in het geheel niet oprichten.
12 Jezus zag haar en sprak haar aan:
“Vrouw, je bent ver-los-t van je ziekte”,
13 en hij legde haar de handen op.
Onmiddellijk werd zij opgericht
en zij verheerlijkte God.
14 De overste van de synagoge,
die er zich aan ergerde dat Jezus op sabbat genas,
zei tegen de aanwezigen:
“Zes dagen zijn er om te werken.
Kom dan op deze dagen om jullie te laten genezen
en niet op de sabbat.”
15 De Heer antwoordde hem:
“Dubbelzinnigaard!
Maken jullie niet allemaal je os of ezel los van de voederbak
om hem weg te leiden naar de drinkplaats?
16 Kijk toch! Was het dan niet nodig
dat deze vrouw – nog wel een dochter van Abraham –
die de tegenstander [satan] achttien jaar lang gebonden hield,
losgemaakt werd van deze band juist op een sabbat?”
17 Toen hij dit gezegd had,
werden al wie zich tegen hem stelden diep beschaamd.
De menigte echter was verheugd
over al de heerlijke dingen die door hem gebeurden.
Met dit Evangelie weet je niet ‘waar eerst beginnen’! Met Jezus’ toch wel verregaande genezingskracht? Met Jezus’ houding tegenover de sabbat en de oversten die die heilige dag – overigens terecht – bewaakten? Met …?
Nee, nee, zou Jezus zeggen. Je moet beginnen bij … de méns! Je aandacht, je zorg, je daadkracht moet eerst en vooral uitgaan naar je medemens. Of het nu sabbat is of niet, of je nu in de synagoge bent of niet, je aandacht moet zijn bij degene die je daar ontmoet. En dan niet alleen bij degenen voor wie je dat vanzelfsprekend vindt, maar net eerst bij degenen naar wie het minst omgekeken wordt maar het wel het meest nodig hebben!
Zondag (25/10/2026) – 30ste zondag door het jaar (A)
Mt.22,34-40
34 Maar toen de Farizeeën hoorden
dat hij de Sadduceeën de mond had gesnoerd,
kwamen ze bijeen
35 en één van hen, een wetgeleerde, ondervroeg hem:
36 “Meester, wat is het grootste gebod in de wet?”
37 Jezus antwoordde:
“Je zult de heer je God daad-werkelijk liefhebben,
met geheel je hart,
met geheel je geest
en met geheel je verstand. [Deut.6,5]
38 Dat is het grootste en eerste gebod.
39 Het tweede is daaraan gelijk:
Je zult wie jou nabij komt
daad-werkelijk liefhebben als jezelf. [Lev.19,18]
40 Aan deze twee geboden
hangen geheel de wet en de profeten.
Over hetzelfde onderwerp had een vraag van Jezus kunnen klinken: “Wat is er makkelijker, de ander graag zien, of jezelf?” Het antwoord zou natuurlijk zijn: beide zijn even moeilijk!
Tenzij we er ook het eerste deel van Jezus’ antwoord hier bijhalen. Vóór de kwestie over de anderen en wijzelf, komt toch nog het gebod om Gód graag te zien! Dát overkoepelt blijkbaar nog de andere twee.
Het is een beetje jammer dat wij geen beter woord hebben dan ‘gebod’, als het erom gaat om lief te hebben. ‘Gebod’ horen wij bijna als een plicht, een ‘moeten’. In Bijbelse zin is het echter geen ‘moeten’, maar een ‘wíllen, van ganser harte’. Onze liefde is ons maar al te grage antwoord op de liefde die G-d éérst voor ons heeft!
Als G-d ons dus al liefheeft, en uiteraard de ander ook, en wij dáárop graag wederliefde willen geven, dan ben ikzelf én de ander daar in inbegrepen.
Moet dat dan moeilijk zijn? Het moeilijkste is blijkbaar om toe te laten dat G-d míj graag ziet …
Zaterdag (24/10/2026)
Lc.13,1-9
1 Terwijl Jezus hierover bezig was,
waren er onder de aanwezigen
die hem vertelden over de Galileeërs
van wie [de romeinse landvoogd] Pilatus het bloed vermengd had
met dat van hun offerdieren.
2 Jezus antwoordde hun:
“Denken jullie dat deze Galileeërs
grotere zondaars waren dan de anderen,
omdat ze dit hebben moeten lijden?
3 Neen!, zeg ik jullie,
maar als jullie je niet bekeren,
zul je allen op dezelfde manier omkomen.
4 Of die achttien die stierven
toen de toren bij de Siloam [een vijver in Jeruzalem] op hen viel.
Denken jullie dat zij schuldiger waren
dan de andere bewoners van Jeruzalem?
5 Neen!, zeg ik jullie,
maar als jullie je niet bekeren,
zul je allen op dezelfde manier opkomen.”
6 Hij vertelde nu deze gelijkenis:
“Iemand had in zijn wijngaard een vijgenboom geplant.
Hij kwam er vruchten aan zoeken,
maar vond er geen.
7 Hij zei tegen de wijngaardenier:
“Kijk, drie jaar kom ik nu al vruchten zoeken aan deze vijgenboom, maar vind er geen.
Hak hem uit.
Waartoe zou hij nog de grond verder uitputten!”
8 Maar de wijngaardenier antwoordde hem:
“Heer, laat hem nog dit jaar …
Ik zal eerst nog eens de grond bewerken en bemesten.
9 Als hij dan vruchten draagt …
En indien niet, hak hem later dan maar uit.””
Het lijkt of het eerste deel van dit stuk Evangelie (v.1-5) de dringende oproep tot bekering behandelt, terwijl het tweede deel (v.6-9) bijna het tegenovergestelde, het geduld van G-d aanhaalt. Maar bij nader toezien blijkt dat niet te kloppen en handelen beide delen over beide houdingen!
Ja, Jezus heeft begrip voor de mensen die op zo’n gruwelijke manier omkwamen. Hij neemt het zelfs te baat om de automatische koppeling tussen een tegenslag en eigen verantwoordelijkheid aan de kaak te stellen. Tegelijk doet hij de dringende oproep tot bekering. Maar die geldt dan wel voor iedereen!
Ja, Jezus heeft geduld met de vijgenboom. Hij wil er zelfs nog wat extra moeite voor doen om hem toch maar tot zijn eigen doel – vruchten dragen – te laten komen. Maar tegelijk zegt hij daarmee ook dat dat doel er wel degelijk is, en als de boom daar finaal niet toe komt, zál hij omgehakt worden!
Een dringende oproep dus, niet om bang van te worden, wel om ernstig te nemen …