Joh.10,31-42 (27/03/2026)

31     De Joden raapten weer stenen op om hem te stenigen.
32     Jezus antwoordde hen:
       “Ik heb jullie vele goede werken getoond,
       die ik deed vanuit mijn Vader.
       Om welke van mijn werken wil je mij stenigen?”
33     De Joden antwoordden hem:
       “Wij stenigen je niet om een goed werk,
       maar om een godslastering,
       omdat jij, een mens, jezelf tot God maakt.”
34     Jezus antwoordde hen:
       “Staat er niet geschreven in jullie wet:
       ‘Ik heb gezegd: jullie zijn goden.’?” [Ps.82,6]
35     Als hij hen
       tot wie het woord van God gesproken wordt,
       goden noemt,
       en de Schrift niet kan ontbonden worden,
36     noemen jullie dan
       wie de Vader heeft geheiligd en in de wereld gezonden,
       een godslasteraar,
       omdat ik heb gezegd: ‘Ik ben de Zoon van God.’?
37     Als ik niet de werken van mijn Vader doe,
       moet je mij niet vertrouwen,
38     maar als ik ze wel doe,
       zelfs als je mij niet vertrouwt,
       vertrouw dan de werken.
       Dan zul je herkennen en erkennen dat de Vader in mij is
       en ik in de Vader.”
39     Opnieuw trachtten ze hem te grijpen,
       maar hij kon aan hun handen ontkomen.
40     Hij trok weer naar de overkant van de Jordaan,
       naar de plaats waar Johannes vroeger doopte,
       en hij verbleef daar.
41     Velen kwamen naar hem en zeiden:
       “Johannes heeft weliswaar geen enkel teken gedaan,
       maar alles wat hij zei over deze man was waar.”
42     En velen gingen daar hun vertrouwen stellen in hem.

De confrontaties tussen Jezus en zijn tegenstanders worden grimmiger. Ze tonen hoe lastig het is om open te staan voor wat je vertrouwde denkkader overstijgt. Achter religieuze argumenten schuilt vaak gekrenkte trots en het onvermogen te aanvaarden dat waarheid en goedheid ook buiten het eigen systeem zichtbaar worden. Jezus wijst erop dat zijn werken op zich al voldoende zouden moeten spreken, als men bereid is werkelijk te kijken.
Tegelijk herinnert hij hen aan een diepere waarheid: dat mensen kinderen van G-d zijn en geroepen tot een goddelijke levenshouding. Die boodschap impliceert een radicale ommekeer en vraagt vertrouwen, zelfreflectie en het loslaten van controle. Precies dat maakt haar confronterend. Het is immers eenvoudiger de spiegel af te wijzen dan erin te kijken! De uitnodiging blijft echter om de verbondenheid met G-d te omarmen, verantwoordelijkheid op te nemen en bewust te kiezen aan welke kant je zelf wil staan.

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280