Joh.3,16-21 (15/04/2026)

16 Want zó lief heeft God de wereld,
dat hij zijn eniggeboren zoon heeft gegeven,
opdat al wie vertrouwende ín hem is,
niet verloren gaat,
maar het volle leven heeft.
17 Want God heeft zijn zoon niet in de wereld gezonden
om die wereld te vonnissen,
maar opdat ze door hem zou worden bevrijd.
18 Wie vertrouwend ín hem is,
wordt niet gevonnist,
maar wie niet vertrouwt,
is al gevonnist,
omdat hij niet heeft vertrouwd
in de naam van de eniggeboren zoon van God.
19 En dit is het vonnis:
Het licht is in de wereld gekomen,
maar de mensen hadden de duisternis meer lief dan het licht,
want hun daden zijn slecht [= zich van God en mens verwijderend].
20 Want ieder die kwaad doet,
haat het licht; hij vermijdt het licht,
zodat zijn daden niet aan de dag komen.
21 Maar wie waarheid doet,
zoekt het licht op,
zodat openbaar wordt
dat zijn daden in God zijn verricht.”

De evangelist Johannes schrijft iets later dan de andere drie evangelisten. Het inzicht in – of misschien juister: het vermoeden van – de diepte van het Jezus-Mysterie groeit. Johannes peilt naar dat Mysterie.
Dat Mysterie blijkt te gaan over G-ds liefde voor de mens! En die liefde is zó concreet geworden, dat ze zichtbaar en tastbaar werd in een méns, dé mens. (“Zie de mens,” zal Pilatus zeggen. Joh.19,5)
Dat laatste lijkt een veralgemening in te houden alsof het om alle mensen zou kunnen gaan. Dat is eigenlijk ook zo! Zo schrijft Johannes het hier zelf: Al wie ‘vertrouwende ín’ de eniggeboren zoon is, heeft het volle, bevrijde leven – zoals Jezus dat zelf ook had!
Dat is een hoge belofte, een hoge roeping (want we weten helaas dat wij vaak níet ín dat vertrouwen leven), maar het is de gave van G-ds liefde. Wat een gave!!!
Eén element moeten we echter nog vermelden. Het staat er niet uitdrukkelijk, maar is er logischerwijze in vervat: ‘Zie de mens’ gaat over de lijdende … Dáár toont G-ds liefde zich het sterkst …

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280