Joh.6,16-21 (18/04/2026)
16 Toen het avond werd,
daalden zijn leerlingen af naar het meer,
17 klommen in de boot
en voerden naar de overzijde, naar Kafarnaüm.
Ondertussen was het donker geworden
en Jezus was nog niet bij hen.
18 Er stak een hevige wind op
die op het meer hoge golven maakte.
19 Toen ze zo vijfentwintig of dertig stadiën [= ca. 5 km] ver waren geraakt,
zagen ze Jezus wandelen op het meer
en naar de boot toe komen.
Ze werden bang.
20 Maar hij zei hen:
“Ik ben het. Wees niet bang!”
21 Ze wilden hem dan in de boot nemen,
maar onmiddellijk was de boot aan land,
daar waar zij heen gingen.
Als Christen zijn wij niet vrijgesteld van ‘de stormen van het leven’. Leven is nu eenmaal leven, en daar horen ook de dingen bij die wij ervaren als moeilijk. Je zou zelfs in een bepaalde zin kunnen zeggen dat wij ons nog wat extra stormen op de hals halen dóór Christen te willen zijn!
Dus lastige overtochten met stormen zúllen ons deel zijn. Maar ook dat wij vertrouwen – of dat toch proberen – in een G-d die ons roepen hoort en ons tegemoet komt – net midden in die stormen! Dat is een grote kracht, als wij er durven uit leven! Dan ‘weet’ je dat je er op een of andere manier wel door komt; dan mag je rekenen op de belofte dat je plots ‘aan land’ zult komen zonder dat je zelf echt weet hoe dat gegaan is; dan mag je ervan uitgaan dat je je bestemming zult bereiken!
Christenen zijn niet vrijgesteld van stormen, ze kunnen wel een extra kracht ontvangen om ze te doorstaan – en dat geeft ons de verantwoordelijkheid ook de stromen van anderen niet te ontlopen!

