Joh.10,11-18 (27/04/2026)

11     “Ik ben de goede herder.
       De goede herder zet zijn leven in voor de schapen.
12     Maar de huurling,
       die geen echte herder is en wiens eigen schapen het niet zijn,
       ziet de wolf komen
       en laat de schapen achter en vlucht.
       De wolf rooft ze en verstrooit de schapen.
13     Hij is immers een huurling,
       de schapen gaan hem niet ter harte.
14     Ik ben de goede herder.
       Ik beken de mijne
       [bijbels kennen = (h)erkennen, bekennen, in kennis zijn met: een intieme relatie]
       en de mijne bekennen mij,
15     zoals de Vader mij bekent
       en ik ook de Vader beken;
       zo zet ik mijn leven in voor de schapen.
16     Maar ik heb ook nog andere schapen,
       die niet uit deze binnenhof zijn.
       Ook die moet ik leiden
       en zij zullen gehoor geven aan mijn stem.
       Dan zal het worden: één kudde, één herder.
17     Hierom heeft de Vader mij daad-werkelijk lief:
       ik zet mijn leven in,
       zodat ik het (op)nieuw krijg.
18     Niemand neemt het van mij af,
       maar ik geef het uit mezelf.
       Ik heb de volmacht het te geven
       en de volmacht het terug te nemen.
       Deze wijzing heb ik van mijn Vader ontvangen.”

“Ik ben de goede herder,” zegt Jezus, en hij maakt meteen duidelijk wat dat betekent. Het is geen titel, maar een manier van leven, die hij in drie houdingen concreet maakt.
Ten eerste staat de goede herder niet op afstand, maar helemaal in dienst van zijn schapen. Zij doen ertoe voor hem, zijn denken en doen vertrekt bij hen, zelfs als dat ten koste gaat van zichzelf. Jezus laat zo zien dat echte zorg onvoorwaardelijk is en zich niet inhoudt, maar zich geeft — tot het uiterste.
Daarnaast draait alles om de vertrouwdheid met zijn schapen zodat ze elkaar door en door leren kennen en aanvoelen zonder oordeel of verwachtingen. Het is een onlosmakelijke verbondenheid die leven-gevend is. Vanuit zijn diepe verbondenheid met G-d leeft Jezus zo dichtbij mensen dat hij leven en vertrouwen uitstraalt.
Tot slot breekt hij elke grens open. Ook wie aan de rand staat of er niet bij lijkt te horen, wordt meegenomen. Niemand valt buiten zijn blik, want G-ds liefde sluit niet uit, maar maakt ruimte.
En dan blijft de vraag: Hoe geven wij vandaag vorm aan diezelfde houding van zorg, nabijheid en openheid?

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280