Joh.14,1-12 (3/05/2026)
1 “Laat je hart niet verontrust raken.
Jullie vertrouwen in God,
vertrouw ook in mij.
2 In het huis van mijn Vader
zijn er veel verblijfplaatsen.
Als dat niet zo was,
zou ik het jullie gezegd hebben.
Ik ga heen om een plaats voor jullie te bereiden.
3 En als ik ben heengegaan en voor jullie een plaats heb bereid,
kom ik terug
en neem jullie op bij mij,
zodat jullie ook zijn waar ik ben.
4 Waar ik heenga
en de weg erheen,
kennen jullie.
5 Tomas zei:
“Heer, wij weten níet waar je heengaat,
hoe kunnen we dan de weg kennen?”
6 Jezus antwoordde hem:
“Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand komt tot de Vader
tenzij door mij.”
7 Als je mij zou leren kennen,
zou je ook mijn Vader leren kennen.
Vanaf nu ken je hem; je hebt hem gezien!”
8 Filippus zei:
“Heer, toon ons de Vader,
dat is ons genoeg!” [Ps.23,2]
9 Jezus antwoordde hem:
“Je bent nu al zo lang bij mij
en je hebt hem niet leren kennen, Filippus?
Wie mij heeft gezien,
heeft de Vader gezien.
Hoe kun je dan zeggen: Toon ons de Vader?!
10 Geloof je niet dat ik in de Vader ben
en de Vader in mij is?
De woorden die ik tegen jullie spreek,
spreek ik niet uit mezelf.
Het is de Vader – die in mij verblijft – die zijn werken doet.
11 Geloof mij
dat ik in de Vader ben
en de Vader in mij
– en zo niet, geloof het dan vanwege de werken zelf.
12 Amen, amen, ik zeg jullie:
Wie vertrouwt in mij
zal de werken die ik doe, ook doen
– en nog grotere dan deze,
omdat ik naar mijn Vader ga.
Op een regenachtige zondag kunnen we wel even de tijd vinden om de commentaartjes van gisteren én eergisteren (hieronder nog eens samengebracht) te herlezen. Het Evangelie van deze zondag is immers niets anders dan de samenvoeging van die beide stukken. Ook de commentaartjes horen dus bijeen. 😊
Tomas had – weer eens – gelijk: Wij weten niet waar Jezus heen gaat en dus kennen wij de weg ook niet om hem te volgen! Dat is des te meer waar omdat het hier grotendeels gaat over ‘na ons heengaan’, maar het is even waar voor ons ‘leven vóór de dood’.
En toch zegt Jezus: “Laat je hart niet verontrust raken!”
Hoe we dat heel concreet zouden kunnen, wordt hier niet beschreven – en dat is wellicht maar best ook, want de concrete levens van toen zagen er nogal anders uit dan de onze vandaag, en zelfs onze levens zien er behoorlijk verschillend uit t.o.v. elkaar. Daarom reikt Jezus ons ‘alleen maar’ een weg aan; die ook feitelijk te bewandelen is aan ons.
Die ‘weg’ is Jezus’ leven zelf. Lees, kijk, voel, ga in zijn schoenen staan, bid, … ver-enig je met hem … en voor de rest: leef!, doe wat je ‘moet’ – dát is de weg!
Elk menselijk leven dat enigszins in diepte beleefd wil worden, vat de zoektocht aan naar ‘G-d’, het Lévensprincipe dat onder elk leven doorstroomt, en door mensen op veel manieren wordt verwoord. Filippus noemt het: “Toon ons de Vader, dat is ons genoeg!”
Het is de intuïtie van de hele Bijbel dat die G-d de mensen met die zoektocht niet alleen laat. Integendeel, hij gaat met hen mee en laat hen in allerlei gebeurtenissen in dat leven voortdurend ervaren dát en hóe hij met hen meegaat. Ten voeten uit (om de beeldspraak van het ‘gaan’ verder door te trekken 😉) doet hij dat in Jezus. “Wie mij heeft gezien, heeft de Vader gezien,” kan Jezus zeggen! Jezus is het concrete Gelaat van een G-d die wij anders niet van aangezicht tot aangezicht kunnen zien.
Als we dus in innige verbondenheid met Jezus (proberen te) leven, dan komen we ook ‘vanzelf’ dichter bij de Vader, en zal dat ‘Lévensprincipe’ bruisend door ons heen stromen!

