Joh.15,26 – 16,4a (11/05/2026)
26 Maar wanneer de medestander komt
die ik van bij de Vader naar jullie zal zenden,
de Geest van de waarheid
die van de Vader uitgaat,
zal díe over mij getuigen.
27 En ook jullie zullen getuigen,
omdat je vanaf het begin bij mij bent geweest.
1 Ik heb jullie deze dingen gezegd
opdat je niet zou struikelen.
2 Ze zullen jullie uit de samenkomsten weren.
Ja, er komt een uur
dat ieder die jullie doodt
zal denken een dienst aan God te doen!
3 En ze zullen dat doen
omdat ze noch mij noch de Vader hebben leren kennen.
4 Maar ik heb jullie deze dingen gezegd
opdat wanneer dat uur komt,
je je zou her-inneren dat ik ze gezegd heb.
Jezus maakt zich zorgen om zijn leerlingen wanneer hij er niet meer zal zijn. Hoe zullen zij standhouden tegen tegenkrachten en blijven getuigen van zijn liefde? Hij weet hoe moeilijk het is om met heel je leven die weg te gaan. Daarom belooft hij de Geest van waarheid, de Medestander van de Vader. Die zal hen helpen in woord en daad leren onderscheiden wat waar is en hen aanvuren om G-ds liefde niet alleen te verkondigen, maar ook te beléven en ter sprake te brengen. Die belofte geldt niet alleen de eerste leerlingen, maar ook ons vandaag.
Toch waarschuwt Jezus ook: deze weg is niet vanzelfsprekend. Getuigen van goedheid en waarheid kan weerstand oproepen, zelfs vanuit religieuze logica. Jezus zelf heeft dat ervaren wanneer het goede niet werd aanvaard. Maar precies daar blijft de Geest dragen en moed geven, zodat wij in woord en daad kunnen blijven getuigen van G-ds aanwezigheid, midden in een weerbarstige wereld.

