Joh.16,12-15 (13/05/2026)
12 Nog veel zou ik jullie willen zeggen,
maar je bent nu nog niet bij machte ze te dragen.
13 Maar wanneer díe [de Medestander] komt,
de Geest van de waarheid,
zal hij jullie de weg wijzen in alle waarheid.
Want hij zal niet uit zichzelf spreken,
maar hij zal uitspreken wat hij hoort
en jullie verkondigen wat komt.
14 Hij zal mij eren
door te verkondigen wat hij van mij hoorde.
15 Alles wat de Vader heeft, is het mijne.
Daarom zei ik dat hij zal verkondigen wat hij van mij hoorde.
Als onze kerk – wijzelf dus incluis – nu eens zouden gelóven wat we verkondigen …!
Als we nu eens zouden ophouden te denken dat wijzelf wel de kerk en het Evangelie kunnen dragen en realiseren! (Is het je nog nooit opgevallen dat dat de ‘kerkelijke versie’ is van de vandaag alomtegenwoordige gedachte van de maakbaarheid van de wereld en ons leven?)
Als wij nu eens zouden gelóven dat wijzelf dat niet kunnen – en dus ook niet hoeven – maar dat de Geest, G-d zélf, dat zal doen …!
Zou er dan niet meer ruimte komen voor het waaien van die Geest? Zouden wij dan niet ervaren dat in al ons kerkelijk geploeter er een Medestander is – die overigens beter de weg weet dan wijzelf? Zou die kerk dan niet meer ‘adem’ krijgen – in de Bijbelse taal hetzelfde woord voor g/Geest, kracht, dynamiek, beweging, leven (Léven, eigenlijk)?
Ja, als onze kerk – wijzelf dus incluis – nu eens zouden gelóven wat we verkondigen, zouden we véél meer Adem krijgen …!

