Joh.12,24-26 (10/08/2026)
24 Amen, amen, ik zeg jullie:
Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft,
dan blijft hij alleen;
maar als hij sterft,
draagt hij overvloedig vrucht.
25 Wie zijn eigen leven liefheeft,
verliest het;
wie zijn eigen leven in deze wereld loslaat,
behoudt het voor het voor het volle leven.
26 Als iemand mij dienstbaar wil zijn,
moet hij mij volgen,
en waar ik ben, zal ook mijn dienaar zijn.
En als iemand mij dienstbaar is, zal de Vader hem eren.
Laurentius was diaken in Rome ten tijde van keizer Valerianus I (253-260) en had dus als taak voor de armen van de stad te zorgen. (Historici hebben berekend dat dat er 1500 waren!) Omdat de kerk de keizercultus niet volgde liet Valerianus hem folteren en eiste ‘de schatten van de kerk’ op. Laurentius bracht de keizer … een hele schare arme mensen!
Hij bekocht het met zijn eigen leven …
Maar dít was inderdaad de graankorrel die in de aarde sterft en overvloedig vruchtbaar werd!
De tijden door is het duidelijk dat de kerk op haar best is als ze oog – én daadkracht – heeft voor de armen en kwetsbaren. Dat is eigenlijk ook niet zo verwonderlijk als je eerlijk kijkt naar Jezus’ leven. Dán wordt de kerk overvloedig vruchtbaar.
Als onze hedendaagse Vlaamse kerk nogal dor is, is dat dan omdat ze teveel tijd en aandacht geeft aan het structurele en liturgische aspect, en te weinig aan het diaconale aspect van kerk-zijn?
En durf ík – toch deel van die kerk – wél die graankorrel zijn?

