Joh.3,13-17 (14/09/2026)
13 Nooit is iemand opgeklommen naar de hemel
als hij niet uit de hemel is neergedaald.
Zo is de mensenzoon in de hemel.”
14 “Zoals Mozes in de woestijn
de slang heeft omhoog geheven,
zo moet de mensenzoon
omhoog worden geheven [op het kruis],
15 opdat al wie vertrouwende ín hem is,
niet verloren gaat,
maar het volle leven heeft.
16 Want zó lief heeft God de wereld,
dat hij zijn eniggeboren zoon heeft gegeven,
opdat al wie vertrouwende ín hem is,
niet verloren gaat,
maar het volle leven heeft.
17 Want God heeft zijn zoon niet in de wereld gezonden
om die wereld te vonnissen,
maar opdat ze door hem zou worden bevrijd.
De ‘Kruisverheffing’ is een oud feest. Het gaat terug op de legende dat de moeder van keizer Constantijn in 326 het kruis van Jezus zou teruggevonden hebben. Het speelde mee een rol in het feit dat voor Christenen het kruis het centrale symbool geworden is voor hun geloof.
Op zich is dat eerder vreemd: Wie zet nu een marteltuig centraal? En wie zet nu de overigens erg schandelijke dood van zijn kopman centraal? Het kruis is toch een flagrante verwijzing naar dood en ondergang? Wat kun je daar nu mee hebben?
Behalve het feit dat Christenen het nooit hebben verbloemd dat hun ‘kopman’ al na korte tijd en op een desastreuse manier aan zijn einde is gekomen, kijken Christenen niet naar dat kruis op als teken van dood, maar net als teken van overwinning op de dood! Jezus mocht dan wel aan dat kruis gestorven zijn, hij is ook uit die dood opgestaan, en overwon daarmee de dood, niet alleen voor zichtzelf, maar voor álle mensen!
Voor Christenen was en is het duidelijk dat alleen Goddelijke Liefde zoiets kan. Het kruis wordt daarmee ook misschien wel symbool van lijden, maar tegelijk ook van Liefde!

