Lc.13,10-17 (27/10/2025)
10 Op een keer gaf hij op een sabbat onderricht
in één van de synagogen.
11 Kijk! Er was een vrouw die al achttien jaar ziek was:
ze was kromgebogen en kon zich in het geheel niet oprichten.
12 Jezus zag haar en sprak haar aan:
“Vrouw, je bent ver-los-t van je ziekte”,
13 en hij legde haar de handen op.
Onmiddellijk werd zij opgericht
en zij verheerlijkte God.
14 De overste van de synagoge,
die er zich aan ergerde dat Jezus op sabbat genas,
zei tegen de aanwezigen:
“Zes dagen zijn er om te werken.
Kom dan op deze dagen om jullie te laten genezen
en niet op de sabbat.”
15 De Heer antwoordde hem:
“Dubbelzinnigaard!
Maken jullie niet allemaal je os of ezel los van de voederbak
om hem weg te leiden naar de drinkplaats?
16 Kijk toch! Was het dan niet nodig
dat deze vrouw – nog wel een dochter van Abraham –
die de tegenstander [satan] achttien jaar lang gebonden hield,
losgemaakt werd van deze band juist op een sabbat?”
17 Toen hij dit gezegd had,
werden al wie zich tegen hem stelden diep beschaamd.
De menigte echter was verheugd
over al de heerlijke dingen die door hem gebeurden.
In de synagoge was een vrouw; kromgebogen onder een last … al 18 jaar! Zij ziet enkel de kleine ruimte om haar heen. Ze is helemaal teruggeworpen op zichzelf, niet in staat zichzelf op te richten.
Jezus ziet haar. Hij legt haar de handen op en zegt: “Vrouw, je bent ver-los-t.” Zij laat zich aanraken en rechtop kan ze weer verder.
En ik? Durf ik de twee posities in te nemen? Enerzijds, zijn als die vrouw: kijkend naar Jezus en me door hem laten (aan-)raken. En anderzijds het wagen om te zijn als Jezus: mijn medemensen met mildheid toespreken waardoor ze weer in hun kracht komen te staan.

