Lc.17,20-25 (13/11/2025)
20 De Farizeeën vroegen hem nu
wanneer het rijk van God zou komen.
Hij antwoordde hen:
“Het koninkrijk van God komt niet zintuigelijk observeerbaar.
21 Je kunt niet zeggen:
Kijk, hier!, of: Kijk, daar!
Want het koninkrijk van God is binnenin jullie.”
22 Tegen zijn leerlingen zei hij nu:
“Er zullen dagen komen
dat jullie zullen wensen één dag van de mensenzoon te zien,
maar je zult die niet zien.
23 Men zal tegen jullie zeggen:
Kijk, hier!, of: Kijk, daar!
Ga daar niet heen; volg ze niet.
24 Want zoals de bliksem de hemel verlicht
van het ene eind tot het andere,
zo zal het ook zijn op de dag van de mensenzoon.
25 Maar eerst moet hij veel lijden,
verworpen worden door de mensen.”
Twee cruciale woorden uit dit Evangelie zijn hier met opzet zeer precies vertaald: “Het koninkrijk van God komt niet zintuigelijk observeerbaar,” en/want “het is binnenin jullie.” Met onze gewone ogen en oren komen we er dus niet, maar te ‘zien’ en te ‘horen’ is het wél! Het vraagt echter een ‘naar binnen kijken en luisteren’. (Etty Hillesum gebruikte er het prachtige woord Hineinhorchen voor). Aangezien G-d onder (= in) de mensen is komen wonen, heeft hij zijn verblijf ín ons. Als we hem dus willen vinden, is het dáár te doen!
Onderscheiden waar G-d in onze wereld herkenbaar is of waar niet, vraagt dus een specifieke blik. Uiteraard moeten we óók naar ‘buiten’, naar die wereld, kijken, met aandacht, met inzicht, met liefde zelfs, maar het ijkpunt of het ‘van G-d spreekt’ (of van zichzelf) ligt ‘binnen in ons’. Voor alle duidelijkheid: Wij zíjn niet het ijkpunt, maar als we ‘naar binnen luisteren’ zullen we in ons de snaar van G-ds Geest voelen trillen als wij in de buitenwereld met G-d te maken hebben.

