Zoek
Zoektip
Zoektip:
tik vb. Mt. 1,21-12
tik een specifieke zoekterm in (vb. engel)
Mc.16,9-15 (26/04/2025)
9 Toen Jezus in de vroegte van de eerste dag was opgestaan,
verscheen hij het eerst aan Maria van Magdala,
van wie hij zeven demonen had weggedreven.
10 Ze ging het berichten aan wie met hem was
en die nu treurden en weeklaagden.
11 Toen zij hoorden dat hij leefde
en door haar was gezien,
vertrouwden zij het niet.
12 Maar hierna verscheen hij,
in een andere vorm, wandelend,
aan twee van hen die onderweg waren buiten de stad.
13 Ook zij gingen het berichten aan de anderen,
maar ook hen vertrouwden zij niet.
14 Wat later toonde hij zich aan de elf,
terwijl ze aan tafel waren.
Hij maakte hen een verwijt
over hun gebrek aan vertrouwen
en de verhardheid van hun hart,
omdat ze geen vertrouwen hadden geschonken
aan wie hem hadden gezien als de opgestane.
15 Jezus zei tegen hen [zijn leerlingen]:
“Ga de hele wereld in
en verkondig de bevrijdende boodschap
aan de gehele schepping!”
Daar zitten ze nu, Jezus’ leerlingen. Het enige wat hen op dit moment bezighoudt, is angst en verdriet. Het is zo herkenbaar! Er is geen ruimte voor verhalen van vrienden wanneer ontmoediging en angst je in de greep houden. Op zulke momenten wil je ze niet horen. Je kan noch wil erop vertrouwen.
Jezus’ levende aanwezigheid en zijn harde maar liefdevolle woorden overtuigen hen wel. Ze doen hen ervaren hoe bevrijdend het is om Iemand te hebben die je telkens weer tegemoet komt, naar je luistert en met je mee-leeft.
Het verrassende (vreemde?) is dat het juist aan hen – zij die er niet in slagen om te vertrouwen – is dat Jezus vraagt om te verkondigen en te getuigen van zijn bevrijdende boodschap. Hij vraagt hen om hem niet langer dood te zwijgen, maar te getuigen van zijn Liefde, aan alles en iedereen.
En wij? Wat doen wij? Blijven we vasthangen aan wat niet meer is? Lopen we weg van het doodse in en om ons heen, of durven we erdoorheen te gaan om dan te gaan verkondigen en te getuigen van ons vertrouwen in hem?