Mc.2,1-12 (16/01/2026)
1 Toen hij na een aantal dagen weer in Kafarnaüm kwam,
hoorde men dat hij thuis was.
2 Onmiddellijk verzamelden zich zovelen
dat er geen ruimte meer overbleef, zelfs niet voor de deur.
En hij richtte het woord tot hen.
3 Men bracht een verlamde bij hem
die door vier mannen gedragen werd.
4 Door de menigte vonden ze echter geen mogelijkheid
hem dichter bij Jezus te brengen.
Daarom namen ze op de plaats waar hij was de dakbedekking weg
en lieten de baar waarop de verlamde lag door het gat zakken.
5 Bij het zien van hun vertrouwen,
zei Jezus tegen de verlamde:
“Kind, je zonden zijn je vergeven.”
6 Er zaten daar enkele schriftgeleerden.
Die dachten in zichzelf:
7 “Wat zegt die daar? Dat is lasterlijk!
Wie kan zonden vergeven behalve God alleen?”
8 Onmiddellijk onderkende Jezus in zijn geest
dat zij zo in zichzelf redeneerden
en hij zei tegen hen:
“Waarom redeneer je zo in je hart?
9 Wat is gemakkelijker tegen de verlamde te zeggen:
‘je zonden zijn je vergeven’ of
‘sta op, neem je draagbaar en loop’?
10 Welnu, zodat jullie zouden weten
dat de mensenzoon volmacht heeft
op aarde zonden te vergeven,
ik zeg je – zei hij nu tegen de verlamde:
11 Sta op, neem je draagbaar en ga naar huis.”
12 Onmiddellijk stond hij op, nam de draagbaar
en ging voor de ogen van allen naar buiten,
zodat allen verbaasd waren en God verheerlijkten:
“Zoiets hebben wij nog nooit gezien!”
Hier hebben we het al! “Zieken genezen, lammen doen lopen, jaja dat wel, maar zonden vergeven, hoe durf je!” Dat de heling die Jezus bracht veel dieper ging dan de uiterlijke genezing konden of wilden ze niet zien. Dat iemand zieken geneest en daarvoor eens niet naar zichzelf verwijst, maar naar G-d, dat kon er bij hen moeilijk in – menselijk als ze zelf waren.
Maar laat ons eerlijk zijn: zijn wij zelf ook niet even menselijk? Kijken wij ook niet nogal makkelijk naar de buitenkant en vergeten dat er een binnenkant achter schuilt? Zouden wij ook niet eerder naar onszelf wijzen dan naar G-d, of lopen achter ‘genezers’ aan die meer naar zichzelf verwijzen dan naar G-d? Hoeveel aandacht besteden wij aan iemand die over innerlijke bevrijding spreekt – als we al zouden eraan denken dat we innerlijke bevrijding nodig hebben?

