Mc.6,30-34  (7/02/2026)

30     De uitgezondenen [aposteloi] verzamelden zich weer bij Jezus
       en gaven hem verslag
       over alles wat ze gedaan en onderwezen hadden.
31     Hij zei tegen hen:
       “Komen jullie nu zelf eens mee naar een eenzame plaats
       om een beetje uit te rusten.”
       Want er waren er zovelen die kwamen en gingen
       dat ze zelfs geen gelegenheid hadden om te eten.
32     Ze vertrokken met de boot
       naar een eenzame plaats, alleen.
33     Velen zagen hen vertrekken
       en ze begrepen wat er gaande was.
       Vanuit de steden renden ze te voet erheen
       en waren er nog vóór hen.
34     Toen Jezus uitstapte
       zag hij dan ook een grote menigte.
       Hij werd ten diepste bewogen om hen,
       want ze waren als schapen zonder herder.
       En hij begon hen over vele dingen te onderrichten.

Hier staat eigenlijk heel veel bijeen van wat het is ‘leerling van Jezus’ te zijn. We sommen even op, en lees er telkens ook maar ‘jezelf’ in.
Ze worden uitgezonden, dus moeten erop uit, weg uit het veilig vertrouwde, naar mensen die ze niet kennen en waarvan ze niet weten hoe ze zullen reageren.
Ze onderwijzen – een mooier woord daarvoor is: het wonder wijzen! – en doen allerlei zaken, waarvan de voornaamst was het helen van mensen in allerlei nood (dat hadden we de voorbije dagen meerdere keren).
Daar is veel werk aan! Zoveel dat er soms geen tijd meer is om te eten. (Ook dat hadden we onlangs.)
Daarom moeten ze ook op tijd en stond de stilte opzoeken. Zonder dit ‘batterijen opladen’ kan het niet blijven duren.
Hoe noodzakelijk dat laatste ook is, toch laat Jezus zelf zich uit die stilte trekken om weer maar eens er voor de mensen te zijn.
Wat is nu het gemeenschappelijke in al deze dingen om van een ‘leerling’ te spreken? Het is de noodzakelijke verbinding met onze ‘leraar’ Jezus!

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280