Mc.8,11-13 (16/02/2026)
11 De farizeeën gingen naar Jezus toe
en ze begonnen met hem te twisten
door van hem een teken uit de hemel te verwachten
en hem zo op de proef te stellen.
12 Uit het diepst van zijn wezen slaakte Jezus een zucht, en zei:
“Waarom verwachten jullie toch een teken?
ik verzeker jullie: dat zal niet gebeuren!”
13 Hij liet hen achter,
stapte weer in de boot
en ging weg naar de overkant.
Op dit moment trekken Jezus en zijn leerlingen door het gebied van Dalmanutha, een woord van Aramese oorsprong dat vertaald kan worden als 'leegte' of 'hongersnood' (Mc. 8,10). Het is daar dat de Farizeeën uit deze lege ruimte tevoorschijn komen en die onmiddellijk vullen met hun opdringerige aanwezigheid, waarbij ze Jezus uitdagen met hun listige vragen.
Voordat hij antwoordt, ontledigt hij zichzelf: "Jezus zuchtte diep". Chouraqui vertaalt deze beweging als "kreunen in zijn adem ", een soort uitademing die zijn eindigheid en zijn afhankelijkheid van iets groters dan hijzelf uitdrukt en bevestigt.
De Farizeeën zullen genoegen moeten nemen met "dat zal niet gebeuren”. Jezus keert hen de rug toe; hij laat hen achter. Ze blijven achter in stilte en leegte, in de afwezigheid van hem die nooit ophoudt om mensen te laten zien dat G-d een G-d van tederheid, vrijgevigheid en overvloed is.
We kunnen het zien als wij ophouden te hamsteren, als we ons ontdoen van onze overdaad aan zelfzucht. Het is in kwetsbaarheid, dat we de volheid van G-d mogen ontvangen.

