Zoek
Zoektip
Zoektip:
tik vb. Mt. 1,21-12
tik een specifieke zoekterm in (vb. engel)
Mt.19,13-15 (16/08/2025)
13 Toen werden er kleine kinderen naar hem gedragen
met de bedoeling dat hij ze de handen zou opleggen
en bidden [over hen, voor hen, met hen?],
maar de leerlingen weerden hen af.
14 Maar Jezus zei:
“Laat de kinderen!,
en verhinder hen niet bij mij te komen,
want het koningschap der hemelen
is voor wie zijn als zij.”
15 En hij legde hen de handen op.
Toen vertrok hij van daar.
Elke avond was er bij ons thuis telkens weer datzelfde ritueeltje. Gedragen door mijn moeder, mocht ik dat tedere gebaar van mijn vader voelen: een kruisje met enkele geprevelde woorden en even zijn beschermende handen op mijn hoofd. Zo kon ik vol vertrouwen de nacht in gaan. Het leek allemaal zo vanzelfsprekend als kind. En nu, zovele jaren later? Wie mag mij nu nog dragen, de handen op leggen en voor me bidden?
Zou ik het nog aandurven, te zijn als dat kind? Ben ik nu nog bereid om mij te laten dragen, te laten zegenen en me onder de hoeden van een a/Ander te stellen? Van jongs af aan worden we echter sterk gestimuleerd om op eigen benen te staan en vooral om je leven in eigen handen te nemen. Logisch dus dat we aarzelen. Maar hoeft dat ook te betekenen dat we het kind in ons moeten opgeven? Wat zou er gebeuren als we die kinderlijke verwondering en dat vertrouwen terug ten volle zouden beleven?
Ik durf je te garanderen: het is een zegen!