Mt.7,7-12 (26/02/2026)
7 Blijf vragen
en er zal je worden gegeven,
blijf zoeken
en je zal vinden,
blijf kloppen
en er zal je worden open gedaan.
8 Want al wie vraagt, ontvangt,
al wie zoekt, vindt,
en voor al wie klopt, wordt open gedaan.
9 Wie van jullie, mensen, zal,
als zijn kind om brood vraagt,
hem een steen geven,
10 of als het een vis vraagt,
een slang?
11 Als jullie dus, terwijl je slecht bent,
goede gaven geven aan jullie kinderen,
hoeveel te meer dan zal jullie Vader in de hemelen
het goede geven aan wie het hem vraagt.
12 Dus alles wat je zou willen
dat mensen voor jou doen,
doe dat voor hen.
Dat is wet en profeten!
We weten het. Bidden is geen verzekering tegen tegenslag. G-d is geen automaat die onze verlanglijstjes afwerkt. En toch.
Toch worden we hier opgeroepen om te volharden, om niet op te geven, om te blijven vragen, blijven zoeken, blijven kloppen.
Waarom?
Omdat liefde zich niet laat afschrikken door stilte. Omdat wie liefheeft, blijft aankloppen. En wij weten uit ervaring: de aanhouder wint — zeker bij iemand die je graag ziet. Welnu: G-d ziet jou graag.
Blijf dus vragen.
Blijf zoeken.
Blijf kloppen.
Niet omdat G-d overtuigd moet worden, maar opdat jij geopend mag worden. Dat vragen, zoeken, kloppen — doet je beseffen dat jij de ontvangende bent: een mens met open handen die vol verwondering leeft, niet als bezitter, maar als ontvanger.
Blijf dus maar zoeken naar G-d. Blijf bij hem aankloppen, in het vertrouwen dat hij geen stenen geeft wanneer wij om brood vragen, maar ons het goede zal schenken.

