Mt.20,17-28 (4/03/2026)
17 Toen Jezus opging naar Jeruzalem,
nam hij alleen de twaalf met zich mee.
Onderweg zei hij tegen hen:
18 “Kijk! Nu gaan we op naar Jeruzalem
en de mensenzoon zal overgeleverd worden
aan de hogepriesters en schriftgeleerden
en ze zullen hem ter dood veroordelen.
19 Ze zullen hem overleveren aan de niet-Joodse volken
om hem te bespotten, te geselen en te kruisigen
en op de derde dag zal hij worden opgewekt.”
20 Toen kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs,
samen met haar zonen, naar hem
en boog voor hem neer om iets van hem te vragen.
21 Hij vroeg haar: “Wat wil je?”
Ze zei hem: “Zeg dat in jouw koninkrijk
deze twee zonen van mij mogen zetelen,
één rechts en één links van jou.”
22 Maar Jezus antwoordde: “Je weet niet wat je vraagt.
Kunnen jullie de beker drinken die ik zal drinken,
of je laten onderdompelen met de onderdompeling die ik zal ondergaan?”
Ze zeiden hem: “Ja, dat kunnen wij.”
23 Hij ging tegen hen verder:
“Ja, mijn beker zul je wel drinken
en ondergedompeld worden waarin ik ondergedompeld wordt,
maar wat betreft het rechts of links van mij zetelen:
het is niet aan mij dat te geven,
dat is voor hen voor wie mijn Vader dit bereid heeft.”
24 De tien [overige leerlingen] hoorden dit
en ergerden zich aan de twee broers.
25 Maar Jezus riep hen bij zich en zei:
“Jullie weten dat de leiders van de volken hen overheersen
en dat de groten hun macht misbruiken tegen hen.
26 Zo mag het bij jullie niet zijn!
Wie onder jullie groot wil worden,
moet jullie dienaar zijn,
27 en wie onder jullie de eerste wil zijn,
moet jullie knecht zijn;
28 zoals de mensenzoon niet gekomen is
om gediend te worden, maar om te dienen
en zijn leven te geven als losgeld voor velen [= allen].”
Zo duidelijk als Jezus’ boodschap hier is, zo moeilijk is ze ook te volbrengen! Niemand van ons is van nature graag de kleinste. Integendeel, het refreintje “Ik wil de grootste
zijn” is lang niet alleen iets wat kinderen zingen! We moeten helaas zeggen dat in onze Westerse cultuur egocentrisme zelfs de norm geworden is.
“Zo mag het bij jullie niet zijn,” zegt Jezus nochtans zeer nadrukkelijk.
Christen zijn in onze dagen is dus verre van vanzelfsprekend en zeg maar tegendraads (dat is het eigenlijk altijd geweest). Christen zijn is Jezus volgen – ja toch? Hij gaat op naar Jeruzalem – je zou ook kunnen zeggen: hij staat op tégen Jeruzalem, de stad van de geplogenheden, die bepaalde wat ‘moest’. En hij leverde zich aan hen over – als een tegenteken dat het ánders kan, dat niet-zelfgerichte Liefde bestaat en in het bereik van mensen ligt.
Die niet-zelfgerichte liefde gaat iets langer mee dan het zoveelste liefdesliedje, ze gaat al meer dan 2000 jaar mee …!

