Mt.8,23-27 (30/06/2026)
23 Jezus stapte in de boot
en zijn leerlingen volgden hem.
24 Kijk! Er stak een hevige storm op over het meer
zodat de boot overspoeld werd door de golven.
Hij echter sliep.
25 Zijn leerlingen gingen hem wakker maken:
“Heer, red ons, wij vergaan!”
26 Hij zei tegen hen:
“Waarom ben je zo bang, klein-vertrouwenden?”
Hij stond op en bestrafte de wind en de zee
en er werd een grote stilte geboren.
27 De mensen verwonderden zich:
“Wat voor iemand is hij toch,
dat zelfs de wind en de zee hem gehoorzamen?”
Net zoals wij toen wij eens besloten Jezus te volgen, stappen de leerlingen met een vanzelfsprekendheid op een goede vaart mee in Jezus’ boot. Het wordt echter geen idyllisch tochtje, integendeel! Er steekt storm op. Had Jezus beloofd dat het zónder stormen zou gaan?
En het wordt nog erger: Midden in die storm blijkt hij nog te liggen slapen! In de Marcus-versie van dit gebeuren staat het nog sterker dan hier: “Raakt het jou niet dat wij vergaan!?” (Mc.4,38) Dat is wat je als volgeling van Jezus op den duur wel meer dan eens gaat afvragen.
En het kan nóg erger: We krijgen het verwijt van Jezus dat wij nota bene het zijn die te bang zijn en te weinig vertrouwen hebben …
Wat voor iemand is hij toch … dat wij hem volgen …?

