Mt.16,24-28 (7/08/2026)
24 Toen zei Jezus tegen zijn leerlingen:
“Als het iemands bedoeling is
achter mij aan te komen,
moet hij zichzelf verloochenen,
zijn kruis opnemen en mij volgen.
25 Want wie zijn leven [psyche] wil redden,
zal het verliezen,
maar wie zijn leven verliest omwille van mij,
zal het vinden.
26 Want wat baat het een mens
de hele wereld te winnen
maar zijn leven [psyche] erdoor te schaden?
Of wat zal een mens geven
als losgeld voor zijn leven?
27 Ja, de mensenzoon zál komen
in de grootsheid van zijn Vader,
samen met zijn engelen,
en dan zal hij ieder teruggeven naar zijn daden. [Ps.62,13]
28 Amen, ik zeg jullie:
sommige van de aanwezigen hier
zullen de dood niet proeven
voordat zij de mensenzoon gezien hebben,
komend in zijn koningschap.”
Het kan nogal klinken alsof Jezus navolgen een erg zware opgave is. Dat is natuurlijk in enigerlei zin ook zo, maar we moeten het toch even nader bekijken.
Waarom ervaren we dat als zwaar? Omdat er sprake is van ‘je leven verliezen’ natuurlijk. Maar over welk leven gaat dat? Over een leven dat op onszelf is gericht – dat staat tegenover een leven dat op Jezus – de a/Ander – is gericht. Als we gewoon zijn ons leven vooral in te richten voor onszelf – zoals onze hedendaagse maatschappij ‘aanbeveelt’, en zeg maar: opdringt – dan is dát opgeven natuurlijk inderdaad niet gemakkelijk.
Maar als we ons leven inrichten naar dat andere, gericht op de a/Ander, dan is er G-ds stellige belofte dat dat zal leiden naar wérkelijk leven – ‘eeuwig leven’ in bijbelse termen, ‘vol leven’ of ‘Léven’ zoals wij het hier vaak schrijven (omdat ‘eeuwig’ niet gaat over ‘tijd’).
Misschien ligt de moeilijkheid dan nog niet zozeer in dat ‘je kruis opnemen’, maar in de keuze om de ‘klik’ te maken van mezelf naar de a/Ander?!

