Psalm van de maand: maart
Psalm 27
Mijn God, Jij bent mijn licht en verlòssing.
Voor wie zou ik vrézen?
Jij bent mijn kràcht tot lèven.
Voor wìe zou ik bàng zijn?
Kwaden stormden op mij àf
– ze lustten mij ráuw –;
tegenstanders stonden tègen mij òp,
maar zij, zìj kwamen ten vàl.
Al slaat men kamp tegen mij òp,
mijn hart vreest níet.
Al stookt men oorlog tègen mìj,
ik blìjf vertròuwen.
Een iets slechts, zòek ik, mijn God,
dat ik mag verblijven in Jóu,
jouw beminnen màg bemìnnen,
al de dagen vàn mijn lèven.
Ja, Jij laat mij schùilen bij Jou
op de dag van het kwáad.
Jij hèrbergt mìj
hoog òp de ròts.
Zo mag ik rechtop blìjven,
ondanks de vijanden rondom míj.
Daarom draag ik mijn vrèugde aan Jou òp:
zang en muziek voor Jòu, mijn Gòd!
Hoor, Heer, mijn roepende stèm.
Wees mij genadig. Antwoord míj!
Mijn hart zegt Jou nà: “Zoek Mìj”,
en ik zòek jouw nabìjheid.
Verberg Je niet voor mìj;
verwerp je dienaar niet in tóorn.
Mijn hulp ben Jìj – altìjd.
Verlaat mij niet, Gòd, mijn verlòssing.
Mijn vader en moeder kunnen mij verlàten –
Jij, mijn God, hebt mij al áangenomen.
Leer mij, Gòd, jouw wèg;
leid mij op èffen pàden.
Laat mij ontsnappen aan mijn tègenstanders.
Geef mijn wezen niet aan mijn verdrúkkers,
want zij getuigen lèugens tegen mìj
en brìesen van gewèld.
Als ik niet had geloofd in jouw bemìnnen
in het land van de lévenden …
Wacht dan de Heer; wees stèrk van hàrt,
vat moed; wàcht de Hèer!

