Psalm van de maand: juni

Psalm van de maand: juni

Psalm 57

Wees mij genadig, God, wees mij genàdig,
bij Jou is mijn leven gebórgen.
In de schaduw van jouw vleugels màg ik schùilen
tot voorbijgaat àl wat dòod maakt.

Ik roep tot Jòu, mijn God,
en Je zendt voltóoiing,
Genade, wàarheid – tròuw.
Rustig ben ik, zelfs mìdden wat mij bedrèigt.

Mensen verwonden met striemende tòngen,
ze spannen een strik op mijn wégen
– mijn wezen komt bìjna ten vàl.
Maar Jij bent verheven boven hèmel en àarde!

Mijn hart staat vàst, mijn God,
ja, heel mijn wezen zíngt.
uit en lìer ontwàak;
ik wèk de dàgeraad!

Wijd en zijd wil ik Je dànken, mijn God,
voor alle volken over Jou zíngen.
Want gròot is jouw genàde
en èindeloos jouw tròuw.

Gezongen door zuster Godeliph (St.-Trudoabdij) en Elke Poppe (pastorale eenheid Sint-Trudo-Assebroek) met citerbegeleiding

Aanzet Psalm

Een krachtige Psalm! Soms wordt ze bij de ‘klaagpsalmen’ geklasseerd, soms bij de ‘psalmen van vertrouwen’ – en voor beide is er veel terug te vinden in de tekst. Maar juist omwille van de combinatie van beide, zou ik ze willen benoemen als een Psalm van … dank! (wat ook aangegeven wordt in de ‘impressie-titel)
De Psalm vangt aan met iets wat je wel een smeekbede kunt noemen: het is een vráág om Genade – en dat midden ‘al wat dood maakt’ (v.2). De psalmist zit duidelijk niet in een happy tijd. Dat komt verderop in de Psalm nog verschillende keren terug (v.5b; 7a,b). De féitelijke situatie is dus moeilijk, en daarin roept/vraagt hij om Genade.
Vrágen? Jazeker, en toch …
Al na – of we mogen zeggen: ín – zijn tweede aanroep (v.3) zéndt – in de tegenwoordige tijd! – G-d zijn Genade (v.4). En aan het eind is het nog sterker: daar ‘is’ G-ds Genade simpelweg (v.11). Beide keren (v.4&11) wordt dit verbonden met G-ds trouw – daar komen we straks nog op terug. Eigenlijk had dat ook al, iets meer verborgen, geklonken aan het begin: Bij de ‘vraag’ om Genade, stond meteen ook al de ‘vaststelling’ dat mijn leven in G-d geborgen ís (v.2)
De hele Psalm wordt dus gedragen door de feitelijkheid van mijn moeilijke situatie, tegelijkertijd met de feitelijkheid van de aanwezigheid van G-ds Genade!
Tussendoor. Voor die aanwezigheid gebruikt de psalmist een mooi beeld: In de schaduw van jouw vleugels mag ik schuilen (v.2c). Het is trouwens verre van de enige Psalm waar dit beeld voorkomt: ook Ps.17,8; 36,8; 63,8; 91,1.4. Ook in de rest van de Bijbel wordt het gebruikt (o.a.in het funderende boek Deut.32,10-11). Het is één van de voorbeelden hoe in de Bijbel echt niet alleen patriarchale beelden gebruikt worden om over G-d te spreken. (Het valt natuurlijk buiten ons onderwerp hier, maar misschien zou het boeiend zijn eens te onderzoeken in welke mate het Christendom zelf mee oorzaak is van een te patriarchaal beeld van G-d. Door de veel sterkere nadruk op G-d als ‘Vader van de Zoon’, zijn andere beelden die in het ‘Oude Testament’ gebruikt worden naar de achtergrond geraakt.)
Terug naar onze Psalm. Niet zomaar een klacht dus, of een zoeken naar vertrouwen, maar een vaststelling van de aanwezigheid van G-d Genade.
Vanwaar kan de psalmist – ik dus ook! – die stelligheid halen? We weten uit eigen ervaring dat we dat niet op eigen kracht kunnen. We proberen dat misschien wel, maar slagen daar slechts zeer ten dele in. Meer dan eens dreigen we te vallen. Als het alleen aan onszelf lag, dan vielen we ook feitelijk (cf. v.7b). Nee, die stelligheid is niet gebaseerd op onze eigen kracht, maar op G-ds trouw!
In de Bijbel – en op kop in de Psalmen – zijn G-ds Genade (chesed) en trouw (emeth) eigenlijk bijna één begrip. Uitermate vaak komen ze als begrippenpaar naar voor, zoals ook hier in Psalm 57, zowel v.4 als v.11.
Over beide zou veel meer moeten gezegd worden, maar toch deze enkele woorden:
Chesed: Genade is het samenvattende begrip voor alles waarmee G-d in zijn goed-gunstigheid naar ons toekomt. Goedertieren, werd vroeger vaak vertaald, mildheid, liefde uiteraard ook, maar dan zeer daad-werkelijk.
Emeth: gaat over alles wat G-ds standvastigheid uitdrukt. Het wordt ook vertaald als ‘waarheid’, maar niet wat wij vandaag ‘wetenschappelijke/rationele waarheid’ noemen, maar de waarheid van de trouw, van het garant staan voor het leven, wat dat ook brengt. Ook ‘ons’ woord ‘amen’ is er van afgeleid: dan be-amen/be-vestigen wij G-ds trouw.
Waarmee we weer bij Psalm 57 zijn. Je kunt haar noemen: een be-amen van G-ds amen, een bevestiging van zijn trouw. De vastheid waarop ik als psalmzinger mag staan, is gegrondvest in de vastheid van G-d.
En dáárover wil de psalmist zingen! De 4de strofe geeft het allemaal weer. En ook daar wordt een beeld gebruikt dat op veel andere plaatsen wordt gebruikt, over het ‘wekken van de dageraad’ (o.a. ook in Ps.5,4; 30,6; 59,17; 88,14; 130,5-6). Misschien ben ik er wat extra gevoelig aan, maar ik denk dat het een ‘bijbelse waarheid’ is dat ín het zingen deze ‘emeth’ wordt opgewekt (mijn be-aming van G-ds amen)! Ín het zingen van Psalmen ontluikt een nieuwe dageraad (terwijl ‘mensen verwonden met striemende tongen’ v.5b).
En dat alles komt dus samen in een danklied! (v.10) Geen vraag of zoeken, maar een vaststelling, en daarom de overvloeiende dank – niet uit eigen kracht, maar omdat “groot is jouw Genade, en eindeloos jouw trouw” (v.11)!

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280