Psalm van de maand: september
Psalm 87
Jij, Heer, hebt lief bovenal
de woning van de mens
waar Jij fundament mag zijn.
Daar klinkt jouw stem:
"Alle mensen, vriend of vreemd,
noem Ik mijn geliefde.
Hier mag je wonen,
hier mag je bestaan."
Jij, Allerhoogste, bevestigt ons,
Je schrijft ons in je palm.
Wij zullen dansen en zingen:
"De bron van ons leven ben Jij!"
Gezongen door zuster Godeliph (St.-Trudoabdij) en Elke Poppe (pastorale eenheid Sint-Trudo-Assebroek) met citerbegeleiding
Aanzet
Eén van de eigen(aardig)heden van de vertaling van de ‘Liederen ten Léven’ is dat te specifieke woorden die niet onmiddellijk kunnen begrepen worden door een hedendaagse lezer, stelselmatig weergegeven worden door hun symbolische betekenis. Een goed voorbeeld daarvan vinden we aan het begin van deze Psalm 87: ‘Sion’, een synoniem voor Jeruzalem, wordt weergegeven met ‘woonplaats’, soms van de mens, soms van G-d (vandaar ook ‘stad van G-d’), omdat deze beide vaak in elkaar lijken over te gaan, zoals hier in Psalm 87. Het gaat over ‘wonen’, maar dan tegelijk over G-ds ‘wonen onder de mensen’ als over ‘de mens mag wonen in G-d, en komt daardoor tot Léven’.
Wonen is een uitermate belangrijk thema in de Bijbel, en dus ook in de Psalmen. (Letterlijk komt het in bijna 1/3 van de Psalmen voor! Als je daar ook nog de inhoudelijk verwante begrippen beschutten en behoeden zou bijrekenen, kom je op nog veel meer.) Dat moet ons ook niet verwonderen als je weet dat het G-dsvolk oorspronkelijk een verband van nomadische stammen was. Wat ‘wonen’ betekent als je nooit zeker bent van je woning, moeten we misschien eens aan vluchtelingen vragen! En ook dat G-dsvolk was ooit ‘vluchteling’, weg uit het land van slavernij. Maar daarvoor moesten ze wel door de woestijn, alweer zonder vaste woonplaats.
Midden in die ervaring van ‘geen woning’ leert het G-dsvolk zijn G-d kennen als Eén die zegt: “Ik-zal-er-zijn! Wees dus niet bang, Ik zal in een woonplaats voorzien – meer nog: Ik ben zelf jullie woonplaats. In mij ben je beveiligd.” Als boutade zou je kunnen zeggen: G-d schept een woonplaats voor de mens, door zelf onder die mensen te komen wonen, of omgekeerd maar eigenlijk hetzelfde: waar de mens G-d een woonplaats geeft, komt de mens zelf tot leven (cf.Ps.87,2).
Het gaat dus om een universeel innerlijk principe: G-d komt wonen in de mens, die daardoor tot leven komt. Maar de mens, fysiek en ‘driedimensionaal’ als hij is, heeft er nood aan om gedachten en principes ook vorm te geven. Tijdens de woestijntocht maakte het G-dsvolk daarom een ‘tent van samenkomst’ (een ‘tabernakel’) en ‘de Heer kwam er in wonen’ (Ex.40,34-38). Later is die geworden tot de befaamde ‘tempel’, in – jawel – de G-dstad Jeruzalem.
De hele Bijbel door is het spanningsveld merkbaar tussen ‘G-ds inwoning als universeel innerlijk principe’ en ‘Hij is alleen te vinden binnen de grenzen van onze tempel’. Ook Jezus stond middenin dat spanningsveld, maar koos resoluut voor de inwoning in elke mens! Hijzelf was trouwens zelf, G-d zijnde, geboren in een mens! De ‘incarnatie’ kun je het ultieme hoogtepunt noemen van G-ds ‘inwoning’. En dat beperkt zich niet tot Jezus alleen. Hijzelf nodigt ons uit hem daarin te volgen en ‘in hem te verblijven’. Paulus sluit daar in andere woorden helemaal bij aan als hij schrijft dat de mens ‘tempel van de heilige Geest’ is (1Kor.6,19) – wat dan weer naadloos aansluit bij het scheppingsverhaal, waar G-d de mens ‘de levensadem (= de g/Geest) in de neus blaast’ (Gen.2,7) (en dus in hem gaat wonen)!
Om dus maar in een paar pennentrekken te vermelden wat voor belangrijk en diep- en verreikend thema in die eerste strofe van Psalm 87 vervat ligt.
En G-d zou G-d niet zijn als die im-mens-e liefde zich niet uitstrekte over werkelijk allen. Daar gaat strofe 2 dan over.
En de 3de strofe gaat dan (o.a.) over de reactie van de mens: dansen en zingen, een spontane uiting van danken en jubelen!
Ook dansen en zingen zijn een zeer veelvuldig voorkomend thema in de Psalmen – de Psalmen zelf zijn trouwens werkelijk geschreven als liederen. Ook dat mag niet verwonderen: als het besef van een woonplaats te ontvangen in G-d zó aanwezig is, dan is de uiting ervan in dans en zang er de menselijke uitdrukking van!
Op z’n diepst gaat Psalm 87 dus over die innige een-wording tussen G-d en mens: G-d wil in mij wonen, ik mag wonen in hem. Mijn hart springt ervan op, mijn ziel jubelt en zingt van zaligheid!

