Joh.1,29-34 (3/01/2026)

29     De volgende morgen zag Johannes Jezus naar zich toekomen.
       Hij zei: “Kijk! Het lam van God,
       dat wegdraagt de zonden van de wereld!
30     Hij is het van wie ik gezegd heb:
       ‘Na mij komt iemand
       die vóór mij is geworden,
       want hij is voorafgaand aan mij.’
31     Ook ik wist niet dat hij het was,
       maar ik ben met water komen dopen
       opdat híj geopenbaard zou worden aan Israël.”
32     En Johannes getuigde:
       “Ik heb de Geest zien neerdalen, als een duif uit de hemel,
       en hij bleef op hem rusten.
33     Ik wist niet dat hij het was,
       maar wie mij gezonden heeft,
       heeft mij gezegd:
       ‘Op wie ook je de Geest ziet neerdalen
       en op hem rusten,
       die is het die zal dopen in heilige Geest.’
34     En ik heb het gezien.
       En ik heb getuigd:
       Déze is de zoon van God!”

Johannes De Doper vertrekt vanuit een niet-weten: “Ook ik wist niet dat hij het was”. Als neef kende hij Jezus ongetwijfeld goed, en toch wist hij niet wie of wat hij openbaar zou moeten maken. Hij is de woestijn ingetrokken. Daar, in de stilte kwam hij meer en meer open voor de Geest. Gaandeweg richtte hij heel zijn leven op G-d en nodigde hij anderen uit hetzelfde te doen.
Wanneer de Geest ruimte krijgt om ons leven te leiden, leren we anders te kijken. We zien waar en hoe zij werkzaam is, juist in het gewone van elke dag. Voor Johannes was dat het dopen met water. In dat vertrouwde handelen herkende hij iets groters. En hij vond de moed – het lef, d.i. vanuit het hart – om daarvan te getuigen. Zo maakte hij de weg vrij voor de ander om zichtbaar, openbaar, te worden. Johannes opende zijn ogen en door hem kan G-d zichtbaar en tastbaar aanwezig komen onder de mensen. Kan het ook door jou en mij?

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280