Joh.3,22-33 (10/01/2026)

22     Hierna [na het gesprek met Nicodemus in Jeruzalem]
       ging Jezus met zijn leerlingen naar de landstreek van Judea.
       Hij verbleef daar enige tijd met hen
       en doopte er.
23     Maar ook Johannes doopte er,
       in Enan, dicht bij Salem,
       omdat daar veel water was.
       Men kwam en werd gedoopt,
24     want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen.
25     Er ontstond een discussie
       vanuit de leerlingen van Johannes met een Jood
       over reiniging.
26     Ze kwamen naar Johannes:
       “Meester, diegene die bij jou was aan de overzijde van de Jordaan,
       over wie je toen getuigde,
       kijk, nu doopt hij
       en allen gaan naar hem!”
27     Johannes antwoordde:
       “Geen mens kan zich ook maar iets toe-eigenen
       als het hem niet gegeven wordt uit de hemel.
28     Jullie zijn zelf mijn getuigen
       dat ik heb gezegd:
       Niet ik ben de gezalfde [christos-messiah],
       maar ik ben gezonden voor hem uit.
29     Wie de bruid heeft, is de bruidegom.
       Maar de vriend van de bruidegom,
       die naast hem staat
       en zijn stem hoort,
       is vol vreugde om de bruidegom.
       Welnu, met deze vreugde ben ik vervuld.
30     Hij moet groter worden, ik kleiner.”

Dit stukje Johannesevangelie op de laatste dag van de Kersttijd is de enige plaats in het Evangelie waar vermeld wordt dat Jezus zelf ook doopte, en het zorgt nog voor enige concurrentie onder hun leerlingen ook! De meesters, Johannes en Jezus, zijn gelukkig wijzer … en daardoor aanwijzer, richting ‘de ander’.
Áls Jezus zelf al doopte, dan kon dat in aanvang niet anders dan gezien worden als náást Johannes de doper. In hun tijd zullen ze trouwens niet de enige zijn geweest. Er traden wel meer rabbi’s op, waarvan sommigen ook doopten, als een algemeen gebaar van vernieuwing. Misschien zag Jezus zichtzelf in aanvang ook alleen maar als één van die rabbi’s? Het is in elk geval Johannes de doper die als leraar de durf heeft te zien dat niet hijzelf de messias is, én de nederigheid heeft de a/Ander ook aan te wijzen. Hier staat het niet letterlijk, maar het risico dat hij daarmee zijn eigen leerlingen verloor, was uiteraard reëel.
Wijze leraren … zouden wij ze herkennen? zouden wij ze volgen? ook als ze naar een a/Ander verwijzen? zouden wij ze zíjn?

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280