Joh.1,29-34 (18/01/2026)
29 De volgende morgen zag Johannes Jezus naar zich toekomen.
Hij zei: “Kijk! Het lam van God,
dat wegdraagt de zonden van de wereld!
30 Hij is het van wie ik gezegd heb:
‘Na mij komt iemand
die vóór mij is geworden,
want hij is voorafgaand aan mij.’
31 Ook ik wist niet dat hij het was,
maar ik ben met water komen dopen
opdat híj geopenbaard zou worden aan Israël.”
32 En Johannes getuigde:
“Ik heb de Geest zien neerdalen, als een duif uit de hemel,
en hij bleef op hem rusten.
33 Ik wist niet dat hij het was,
maar wie mij gezonden heeft,
heeft mij gezegd:
‘Op wie ook je de Geest ziet neerdalen
en op hem rusten,
die is het die zal dopen in heilige Geest.’
34 En ik heb het gezien.
En ik heb getuigd:
Déze is de zoon van God!”
Vandaag start de wereldwijde Gebedsweek van de eenheid onder de Christenen (18-25 jan). Dat gebeurt al sinds 1847 (en in z’n huidige vorm sinds 1908). Een mooie en krachtige traditie dus.
Maar tegelijk is het natuurlijk eerder tragisch dat het nodig is dat te doen en dat, ook al is er wel degelijk vooruitgang gemaakt, het na 175 jaar nog zo weinig zichtbaar is! Is het tragisch? Jazeker, maar eigenlijk ook zeer menselijk, en zelfs natuurlijk.
Alles in de hele natuur, de mensheid inbegrepen, start vanuit eenheid, maar draagt het in zich te willen uitgroeien, expanderen, uitdijen, … En dat heeft iets goeds in zich: daaruit kan de wereld ontstaan, daaruit kunnen mensen ontstaan, daaruit kunnen mensen zich ontplooien, … Maar een eindeloze expansie doet – even ‘natuurlijk’ – uiteindelijk alles uit elkaar vallen. De wereld én wijzelf hebben het nodig steeds terug te keren naar de eenheid. Als we ‘niet uit elkaar willen vallen’ (op welk niveau of domein ook), moeten we dus steeds de eenheid opzoeken.
Bij Johannes de doper ligt het startpunt van onze eenheid onder de Christenen. ’t Is te zeggen, hij wijst het punt van eenheid aan: Jezus. Zal ik ertoe neigen dit eenheidspunt te volgen? En kan ik erkennen dat iemand anders dat ook doet, ook al is dat op een wat andere manier?

