Joh.4,5-42 (8/03/2026)

5      Hij kwam in de Samaritaanse stad Sichar,
       dicht bij het stuk land
       dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had. [Gen.33,19; 48,22]
6      Daar was ‘de bron van van Jakob’.
       Jezus was vermoeid van de tocht
       en ging zitten bij de bron.
       Het was ongeveer het zesde uur [= op de middag].
7      Er kwam een Samaritaanse vrouw water putten.
       Jezus vroeg haar: “Geef mij te drinken”,
8      want zijn leerlingen waren weggegaan naar de stad
       om eten te kopen.
9      Maar de Samaritaanse vrouw zei hem:
       “Hoe kun jij, een Jood, te drinken vragen
       aan mij, een Samaritaanse vrouw?”
       – want de Joden gaan niet om met Samaritanen.
10     Jezus antwoordde haar:
       “Als je in kennis was met wat God schenkt
       en met wie het is die tegen je zegt ‘geef mij te drinken’,
       dan had jij het hém gevraagd
       en had hij je levend water gegeven.”
11     Nu zei de vrouw hem:
       “Heer, je hebt niet eens een emmer en de put is diep,
       vanwaar heb jij dan levend water?
12     Jij bent toch niet groter dan onze vader Jakob
       die ons de put gegeven heeft
       en zelf, en ook zijn zonen en zijn vee, eruit gedronken heeft?”
13     Jezus antwoordde haar:
       “Ieder die drinkt van dit water,
       zal opnieuw dorst krijgen,
14     maar wie drinkt van het water dat ik hem zal geven,
       zal in de tijden geen dorst hebben,
       maar het water dat ik hem zal geven,
       zal in hem een bron van opwellend water worden
       tot volheid van leven.”
15     Nu zei de vrouw hem:
       “Heer, geef mij van dat water,
       zodat ik geen dorst [meer] heb
       en ik niet [meer] hierheen moet komen om te putten.”

16     Jezus zei haar:
       “Ga, roep je man en kom hierheen.”
17     De vrouw antwoordde hem: “Ik heb geen man.”
       Jezus zei haar:
       “Dat zeg je goed, ik heb geen man,
18     want vijf mannen heb je gehad
       en die die je nu hebt, is niet die van jou.
       Het is dus waar wat je zegt.”
19     De vrouw zei hem:
       “Heer, ik zie dat je een profeet bent.

20     Onze vaderen hebben aanbeden op deze berg,
       en jullie zeggen dat Jeruzalem de plaats is
       waar moet aanbeden worden.”
21      Jezus zei haar:
       “Vertrouw me, vrouw,
       er komt een uur
       waarop je de Vader zult aanbidden
       noch op deze berg noch in Jeruzalem.
22     Jullie aanbidden zonder te weten wat,
       wij weten wat we aanbidden,
       want de bevrijding komt uit de Joden.
23     Maar er komt een uur – dat is nu –
       dat de waarachtige aanbidders
       de Vader zullen aanbidden in geest [pneuma] en waarheid,
       want de Vader zoekt naar wie hem zó aanbidden.
24     God is geest [pneuma, geestkracht, adem/ruach – wellicht kan hier ook vertaald worden: Geest (pneuma) is God]
       en wie hem aanbidden
       moeten [dus] in geest [pneuma] en waarheid aanbidden.”
25     De vrouw zei hem:
       “Ik weet dat de messias komt,
       die genoemd wordt christos [gezalfde: Gr.: christos; Hebr.: messiah]
       en wanneer hij komt,
       zal hij ons alles verkondigen.”
26     Nu zei Jezus tegen haar: “Ik ben het, die met je spreekt.”

27     Op dat moment kwamen zijn leerlingen
       en zij verbaasden zich dat hij met een vrouw in gesprek was.
       Niemand echter vroeg: “Wat zoek je?” of “Waarom spreek je met haar?”
28     De vrouw liet haar waterkruik achter
       en ging terug naar de stad.
       Ze zei tegen de mensen:
29     “Kom mee kijken naar een mens
       die alles kon zeggen wat ik heb gedaan.
       Zou hij misschien de Gezalfde [christos] zijn?”
30     Ze trokken de stad uit
       en gingen naar hem toe.
31     In de tussentijd vroegen zijn leerlingen hem:
       “Rabbi, eet iets!”
32     Maar hij zei hen:
       “Ik heb voedsel te eten dat jullie niet kennen.”
33     De leerlingen zeiden daarop onder elkaar:
       “Niemand heeft hem toch te eten gebracht?”
34     Jezus zei hen:
       “Mijn voedsel is
       dat ik doe wat de bedoeling is van wie mij gezonden heeft
       en ik zijn werk volbreng.
35     Zeggen jullie niet:
       ‘nog vier maanden en de oogst komt’?
       Kijk, ik zeg jullie:
       Doe je ogen open en kijk naar de velden:
       ze staan al wit [=rijp] voor de oogst.
36     De maaier ontvangt zijn loon al
       en verzamelt vruchten tot volheid van leven,
       zodat de zaaiende zich tegelijk verheugt met de maaiende.
37     Hierin wordt de spreuk waar:
       ‘De één zaait, een ander maait.’
38     Ik heb jullie uitgezonden
       om te oogsten waar je geen moeite hebt voor gedaan.
       Anderen hebben die moeite gedaan
       en jullie zijn daarop ingegaan.”

39     Uit die stad
       gingen vele van de Samaritanen
       in hem geloven

omwille van wat de vrouw getuigde:
‘Hij kon alles vertellen wat ik heb gedaan.’

40     Toen de Samaritanen bij hem waren gekomen,
       vroegen zij hem daarom bij hen te blijven.
       Hij bleef daar twee dagen
41     en nog veel meer mensen kwamen tot vertrouwen
       door zijn woord.
42     Ze zeiden nu tegen de vrouw:
       “Wij vertrouwen niet meer [enkel] door jouw spreken,
       maar wij hebben hem zelf gehoord
       en wij weten dat deze waarlijk de bevrijder van de wereld is.”

Dit gebeuren speelt zich af aan een bron. En niet zomaar een bron, het is de bron van aartsvader Jakob, die symbool staat voor het Verbond dat G-d met zijn volk sloot. En Jezus sluit naadloos bij die traditie aan, maar trekt die door tot in zijn eigen persoon: hijzelf wordt de Bron van levend water; hijzelf is het tastbaar geworden Verbond tussen G-d en mens!
En hoe doet hij dat dan concreet? – en hoe zouden wij dus zelf ook kunnen leven en handelen in de lijn van het Verbond?
Hij treedt verbindend op i.p.v. verdelend. Hij overbrugt de scheidingslijnen die mensen getrokken hebben: tussen Joden en Samaritanen, tussen mannen en vrouwen, tussen wie zichzelf eerzaam vindt en de anderen te ver buiten de lijnen vindt lopen. Op elk van deze punten gaat Jezus de ander tegemoet en creëert op die manier verzoening, waaruit nieuwe gemeenschap kan ontstaan – de gemeenschap van wie “G-d aanbidden in Geest en Waarheid”.
Tussen de lijnen staat ook te lezen dat deze nieuwe gemeenschap misschien wel soms zal samenkomen in een gebouw, maar dat dat gebouw slechts een praktische randkwestie is. Die nieuwe gemeenschap wordt gevormd door wie die innerlijke Bron van verzoening en verbinding ín zich laat opwellen, zodat ze elke dag kan overstromen naar allen om hen heen, zonder onderscheid.
In woestijntijd is het des te belangrijker de Bron te zoeken en te laten opwellen van binnenuit jezelf …

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280