Joh.5,1-3a.5-16 (17/03/2026)

1      Later was er een feest van de Joden
       en Jezus ging op naar Jeruzalem.
2      In Jeruzalem nu, bij de Schaapspoort, is er een vijver,
       die in het Hebreeuws Betesda/Bethzatha genoemd wordt,
       en vijf zuilengangen heeft.
3      In die gangen lag altijd een groot aantal zieken, verlamden en verdorden.
5      Er was daar ook iemand die al achtendertig jaar ziek was.
6      Jezus zag hem liggen
       en wetende dat hij daar al lang lag, vroeg hij hem:
       “Is het je bedoeling gezond te worden?”
7      De zieke antwoordde hem:
       “Heer, ik heb geen mens die,
       wanneer het water in beroering komt,
       mij in de vijver helpt,
       en terwijl ik het zelf probeer, daalt een ander vóór mij erin af.”
8      Jezus zei tegen hem:
       “Ontwaak! Neem je draagbaar en wandel!”
9      Onmiddellijk werd hij gezond, nam zijn draagbaar en wandelde rond. Die dag was een sabbat.
10     Daarom zeiden de Joden tot de genezene: “Het is sabbat.
       Het is je niet geoorloofd je draagbaar op te nemen.”
11     Hij antwoordde hun:
       “Degene die mij gezond heeft gemaakt,
       híj heeft mij gezegd: neem je draagbaar en wandel.”
12     Ze vroegen hem dus:
       “Wie is die mens, die jou gezegd heeft ‘neem je draagbaar en wandel’?”
13     Maar de genezene wist niet wie het was.
       Jezus had zich ondertussen teruggetrokken in de menigte.
14     Later vond Jezus hem in de tempel en zei hem:
       “Kijk! Je bent nu gezond geworden.
       Zondig [verwijder] je niet meer opdat er je niets ergers overkomt.”
15     De genezene ging weg en berichtte aan de Joden
       dat het Jezus was die hem gezond gemaakt had.
16     Hierom begonnen de Joden Jezus te (ver)volgen
       en zochten ze hem te doden,
       omdat hij zo’n dingen deed op sabbat.

Jezus treft iemand aan bij de badinrichting van Betesda. Wat mankeerde de man dat hij daar al 38 jaar ligt? Hij is verlamd tot in zijn wezen. De naam van deze man wordt niet genoemd. Hij is naamloos – heeft geen eigen identiteit – het kan dus iedereen zijn. Zo nodigt Johannes ons om te kijken en te luisteren. Ben ik het?
De man is verlamd en daarbij komt nog dat hij geen helper heeft. ”Ik heb geen mens”, zegt hij. Hij krijgt Jezus, maar dat dringt nog niet tot hem door. Hij gaat wel staan, maar kan hij dat al op eigen benen? Kan hij de verantwoordelijkheid over zijn eigen leven werkelijk opnemen? Als hij bevraagd wordt waarom hij op sabbat zijn mat draagt, wijst hij naar Jezus. Hij schuift de verantwoordelijkheid af: Zoals Adam de verantwoordelijkheid van zich afschoof naar Eva: zij gaf me die appel te eten…
Het is blijkbaar een heel proces, om uit je verlamming op te staan, en te gaan. Het vraagt een inspanning om werkelijk je eigen leven op te nemen en bewust te kiezen voor een totaal andere richting, deze van willen leven: Léven vanuit de Bron.

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280