Joh.20,19-31 (12/04/2026)
19 Toen het dan avond was, op die eerste dag,
waren de leerlingen bijeen,
met gesloten deuren, uit vrees voor de Joden.
Jezus kwam, hij stond in hun midden,
en zei tegen hen: “Vrede voor jullie!” [Sjaloom]
20 En hij toonde hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen waren diep verheugd toen ze de Heer zagen.
21 Jezus zei hen opnieuw: “Vrede voor jullie!
Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik jullie.”
22 Toen blies hij over hen en zei:
“Ontvang de heilige Geest-adem.”
23 Als je iemands zonden [verwijdering] loslaat [vergeeft],
dan worden ze losgelaten;
als je ze vasthoudt, worden ze vastgehouden.
24 Maar Tomas, die ‘de tweeling’ wordt genoemd,
één van de twaalf,
was niet bij hen toen Jezus kwam.
25 De andere leerlingen zeiden hem:
“We hebben de Heer gezien!”
Maar hij zei tegen hen:
Als ik in zijn handen de inslag van de spijkers niet zie
en er mijn vingers in kan steken,
en als ik mijn hand niet in zijn zijde kan leggen,
hoe kan ik het dan vertrouwen?”
26 Acht dagen later waren zijn leerlingen weer bijeen
en nu was Tomas er wel bij.
Jezus kwam – terwijl de deuren gesloten waren –
in hun midden
en zei: “Vrede voor jullie!”
27 Daarna zei hij tegen Tomas:
“Kom met je vinger, kijk naar mijn handen,
kom met je hand en leg die in mijn zijde.
Wees niet wantrouwig, maar vertrouw!”
28 Tomas antwoordde hem: “Mijn Heer en mijn God!”
29 Jezus zei hem:
“Omdat je mij gezien hebt, ben je gaan vertrouwen.
Gezegend wie niet gezien heeft én vertrouwen!”
30 Jezus heeft nog veel andere tekens gedaan
voor de ogen van zijn leerlingen.
Ze zijn niet allemaal opgeschreven in dit boek.
31 Maar deze zijn wel opgeschreven
opdat je zou gaan vertrouwen dat Jezus de Gezalfde is,
de Zoon van God,
en opdat jij, door dit vertrouwen,
zou léven, in zijn Naam!
Jezus geeft zijn leerlingen vrede. Geen zachte geruststelling, maar een vrede geworteld in de harde werkelijkheid. Samen met de Geest-adem worden ze gezonden, beschermd en bemoedigd, om te leven-IN-vertrouwen, ook als het lastig wordt.
Voor Tomas gaat het niet vanzelf. Hij aarzelt. Hij wil zien en horen. Hij wil voelen dat het echt is. Pas bij het voelen van de wonden dringt het tot hem door: Leven-IN-vertrouwen gaat verder dan lijden. Het gaat verder dan de dood en vraagt openheid, durf en ontvankelijkheid.
Jezus veroordeelt hem niet. Integendeel. Hij nodigt hem uit: “Kijk de wonden aan. Ga erdoorheen. Laat je openbreken.” Zo leert Tomas geloven voorbij redeneren en vastgrijpen. Hij laat de Geest-adem binnen. Hij laat zich dragen. Zijn belijdenis klinkt: “Mijn Heer, mijn God!”
Geloof is geen ontkennen van pijn. Het is de Liefde herkennen die sterker is dan de dood en ons roept om te leven, en om Léven-IN-vertrouwen te zíjn. Ze roept ons op om aanwezig te zijn te midden van onze gewonde wereld. Zó wordt de liefde doorgegeven. Zullen wij daartoe het lef hebben?

