Joh.6,22-29 (20/04/2026)

22     De volgende morgen stond de menigte al weer
       aan de overzijde van het meer. [Daar waar de broodvermenigvuldiging plaatsvond en vanwaar de leerlingen dus de avond voordien waren weggegaan.]
       Zij hadden gezien dat daar maar één bootje lag,
       dat zijn leerlingen daarin waren gestapt
       en dat Jezus niet met zijn leerlingen was meegegaan
       in het bootje, maar dat zij alleen waren vertrokken.
23     Wel kwamen er andere bootjes uit Tiberias
       naar de plaats waar zij het brood gegeten hadden
       na de dankzegging [eucharistein] van de Heer.
24     Toen de menigte dus zag
       dat noch Jezus noch zijn leerlingen daar waren,
       stapten zij zelf in de bootjes en kwamen in Kafarnaüm
       om hem te zoeken.
25     Toen ze hem vonden aan de overzijde van het meer,
       vroegen ze: “Meester, wanneer ben je hier gekomen?”
26     Jezus antwoordde hen:
       Amen, amen, ik zeg jullie:
       Jullie zoeken mij,
       niet omdat je tekenen hebt [in]gezien,
       maar omdat je van de broden hebt gegeten
       en je verzadigd werd.
27     Doe geen moeite voor voedsel dat vergaat,
       maar voor het voedsel dat blijft tot het volle leven
       en dat de mensenzoon jullie zal geven,
       want op hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt.”
28     Ze vroegen hem dan:
       “Wat moeten wij doen
       opdat onze werken Gods werken zouden zijn?”
29     Jezus gaf hen ten antwoord:
       “Dit is het werk van God:
       dat je vertrouwt in wie hij gezonden heeft.”

Het valt mij op hoeveel tekst er hier nodig is eer de eigenlijke ontmoeting plaatsvindt. Gewoonlijk zijn de verhalende elementen in de Evangelies erg kort, maar hier doet Johannes er vier lange zinnen over. Zou hij daarmee het zoeken van de mensen naar Jezus hebben willen evoceren? Het zou kunnen.
Dat zoeken naar Jezus zou op zich zeker een goede zaak kunnen zijn, ware het niet dat Jezus het hier nogal snel doorprikt. Ze zoeken hem niet vanuit hun hart, maar vanuit hun buik. De zin die Jezus erop laat volgen, is niet mis als ‘evangelische raadgeving’: “Doe geen moeite voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat blijft.” Dat kan nogal tellen als we dat ook werkelijk willen toepassen!
En zo gaat het verder. De ‘zoekers’ zaten dan misschien wel fout, maar ze menen het oprecht, en zien in dat ze ‘anders’ moeten zoeken. Ze stellen de eerlijke vraag: “Wat moeten wij dan doen opdat onze werken Gods werken zouden zijn?” En weer is Jezus’ woord van een verbluffende eenvoud én radicaliteit: “Vertrouw in mij!”

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280