Joh.6,1-15 (17/04/2026)

1      Hierna trok Jezus naar de overzijde van het meer,
       dat van Galilea of Tiberias [twee namen voor hetzelfde – grote – meer].
2      Een grote menigte trok met hem mee,
       omdat zij telkens de tekens zagen
       die hij aan de zieken deed.
3      Jezus ging de berg op
       en zette zich daar met zijn leerlingen neer [= onderrichtte].
4      Het was dicht bij het pascha-feest van de Joden.
5      Toen Jezus opkeek,
       zag hij de grote menigte die naar hem toekwam.
       Hij zei tegen Filippus:
       “Waar kunnen we brood kopen om hen te eten te geven?”
6      Dit vroeg hij om hem te toetsen;
       zelf wist hij wat hij zou doen.
7      Filippus antwoordde:
       “Zelfs voor tweehonderd daglonen brood
       zal niet genoeg zijn
       om elk een klein beetje te geven!”
8      Een andere leerling,
       Andreas, de broer van Simon Petrus, zei hem:
9      “Er is hier wel een jongetje
       die vijf armemensenbroodjes en twee visjes bij heeft.
       Maar wat is dat voor zovelen?”
10     Maar Jezus zei:
       “Laat de mensen zich neervlijen
       – er was op die plaats [en in die tijd van het jaar] veel gras
       [het leek op een idyllisch feestmaal … maar dan zonder eten].
       Men vlijde zich dus neer
       – het aantal mannen was ongeveer vijfduizend
       [‘gewoontegetrouw’ werden vrouwen en kinderen niet meegeteld, maar ze waren er wel].
11     Jezus nam nu de broden
       en na gedankt te hebben [eucharistein]
       verdeelde hij ze aan de leerlingen,
       en de leerlingen aan de gezetenen.
       Zo gebeurde ook met de vissen,
       zoveel ze wilden.
12     Toen ze vervuld waren,
       zei hij tegen zijn leerlingen:
       “Verzamel de overvloedige stukken,
       opdat niets verloren gaat!”
13     Zij verzamelden ze dus
       en vulden twaalf korven met stukken
       van de vijf armemensenbroodjes
       die men had gegeten.
14     De mensen die gezien hadden
       welk teken Jezus had gedaan, zeiden:
       “Hij is zeker de profeet die in de wereld komende is!”
15     Maar Jezus, die inzag dat zij van plan waren
       om hem te komen halen om hem tot koning te maken,
       trok zich weer terug op de berg, geheel alleen.

Een bijzonder rijk en belangrijk gebeuren, maar we kunnen hier maar enkele dingen aanhalen. Ik begin … aan het eind. Jezus trekt zich weg uit de menigte. Niet dat hij de mensen schuwt – aan het begin zoekt hij ze juist uitdrukkelijk op, en hij is het zelf die ze vraagt te blijven eten. Maar zowel omwille van zichzelf als omwille van de mensen is het nodig dat hij zich na zo’n gebeuren terugtrekt.
In zo’n spectaculair uiterlijk gebeuren dreigt immers de innerlijke kern verloren te gaan. Voor Jezus gaat dit niet over ‘de mensen eten geven’, maar om de mensen te voeden met het Brood/Woord van zijn Vader! Hoe simpel en uiterlijk het er ook allemaal staat, we mogen niet onderschatten wat het van Jezus vroeg om zó te leven. Een permanent putten aan de Bron was noodzakelijk! En die mensen … die kijken vanzelf al teveel naar het uiterlijk.
Dus trekt Jezus weg.
Aan het begin staat dat de mensen met hem meetrokken omdat ze de tekens zagen. Zullen ze – zal ík – ook meetrekken met hem de eenzame, maar noodzakelijke stilte in?

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280