Joh.13,16-20 (30/04/2026)

16     “Amen, amen, ik zeg jullie:
       Een dienaar is niet groter dan zijn heer,
       een gezant niet groter dan wie hem gezonden heeft.
17     Als je dit weet,
       gezegend ben je als je het ook doet.
18     Ik zeg dit niet over jullie allemaal.
       Ik weet wie ik heb uitgekozen,
       maar het is opdat de Schrift vervuld zou worden:
       ‘Die aanzat aan mijn tafel,
       heft zijn hiel tegen mij op.’ [Ps.41,10b]
19     Vanaf nu zeg ik het jullie voor het gebeurt,
       opdat, wanneer het gebeurt,
       je zou vertrouwen dat ik het ben.
20     Amen, amen, ik zeg jullie:
       Als iemand verwelkomt wie ik zend,
       verwelkomt hij mij;
       en als iemand mij verwelkomt,
       verwelkomt hij wie mij gezonden heeft.”

Hoe evident het ook is wat Jezus hier zegt, we vergeten het maar al te … graag!
Neem in acht dat deze woorden gesproken zijn tijdens zijn laatste avondmaal. Hij had de slavendienst verricht van het wassen van de voeten van zijn leerlingen – omdat dat een beeld was van zijn leven dat de handen wilde vuil maken aan de ellende van anderen. Hij had het brood gebroken en uitgedeeld – omdat dat een beeld was van zijn leven dat gegeven wilde zijn aan de nabijheid bij anderen, desnoods ten koste van zichzelf. Dát is onze ‘heer’. Zó is degene wiens afgezant wij zijn. Dát is dus ook wat wij moeten doen!
Uiteraard kan en zal ik niet ontkennen dat het behoorlijk – tot uitermate! – lastig kan zijn om die weg te bewandelen, maar de belofte van Jezus is dat wij gezegend zullen zijn, d.w.z. dat G-ds zegen ín ons zal wonen en wij die met ons mee mogen dragen, ter vervulling van ons eigen leven en tot overvloeiing naar de levens van allen om ons heen.

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280