Joh.14,1-6 (1/05/2026)
1 “Laat je hart niet verontrust raken.
Jullie vertrouwen in God,
vertrouw ook in mij.
2 In het huis van mijn Vader
zijn er veel verblijfplaatsen.
Als dat niet zo was,
zou ik het jullie gezegd hebben.
Ik ga heen om een plaats voor jullie te bereiden.
3 En als ik ben heengegaan en voor jullie een plaats heb bereid,
kom ik terug
en neem jullie op bij mij,
zodat jullie ook zijn waar ik ben.
4 Waar ik heenga
en de weg erheen,
kennen jullie.
5 Tomas zei:
“Heer, wij weten níet waar je heengaat,
hoe kunnen we dan de weg kennen?”
6 Jezus antwoordde hem:
“Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand komt tot de Vader
tenzij door mij.”
Tomas had – weer eens – gelijk: Wij weten niet waar Jezus heen gaat en dus kennen wij de weg ook niet om hem te volgen! Dat is des te meer waar omdat het hier grotendeels gaat over ‘na ons heengaan’, maar het is even waar voor ons ‘leven vóór de dood’.
En toch zegt Jezus: “Laat je hart niet verontrust raken!”
Hoe we dat heel concreet zouden kunnen, wordt hier niet beschreven – en dat is wellicht maar best ook, want de concrete levens van toen zagen er nogal anders uit dan de onze vandaag, en zelfs onze levens zien er behoorlijk verschillend uit t.o.v. elkaar. Daarom reikt Jezus ons ‘alleen maar’ een weg aan; die ook feitelijk te bewandelen is aan ons.
Die ‘weg’ is Jezus’ leven zelf. Lees, kijk, voel, ga in zijn schoenen staan, bid, … ver-enig je met hem … en voor de rest: leef!, doe wat je ‘moet’ – dát is de weg!

