Joh.16,5-11 (12/05/2026)

5      Nu ga ik heen
       naar wie mij gezonden heeft.
       En niemand van jullie vraagt:
       Waar ga je heen?
6      Omdat ik deze dingen heb gezegd,
       is jullie hart van droefheid vervuld.
7      Maar ik zeg jullie de waarheid:
       Het is in jullie belang dat ik wegga!
       Want als ik niet wegga,
       zal de medestander niet naar jullie komen;
       maar als ik wel wegga,
       zal ik hem naar jullie zenden.
8      En wanneer hij gekomen zal zijn,
       zal hij in de wereld aan het licht brengen
       hoe het zit met de zonde, de gerechtigheid en het oordeel.
9      Over de zonde [verwijdering]:
       omdat ze niet vertrouwen in mij;
10     over de gerechtigheid [integriteit]:
       omdat ik heenga naar de Vader
       en jullie mij niet meer zullen aanschouwen;
11     over het oordeel:
       omdat de heerser van de wereld geoordeeld is.

Wanneer Jezus bij zijn leerlingen zijn afscheid aankondigt, laat Johannes heel duidelijk de intense verbondenheid tussen G-d, Jezus en de ‘medestander’ doorklinken. Jezus zegt dat zijn heengaan noodzakelijk is. Als mens is hij begrensd, maar zijn Geest, de boodschap die hij heeft voorgeleefd, ademt overal, zonder grenzen. Wat hij begonnen is, wordt in die Geest verder gedragen.
De leerlingen begrijpen het niet; zij blijven vasthangen aan wat zichtbaar is. Maar het gaat niet om Jezus als persoon, maar om leven in G-ds adem. In die Geest worden zij uitgenodigd niet te kopiëren wat geweest is, maar telkens opnieuw te onderscheiden wat leven geeft.
De Geest zal voor hen (en voor ons) de waarheid blootleggen — niet als bezit, maar als beweging die bevrijdt en de mens opent voor gerechtigheid, tegen geweld en onverschilligheid in. Wie zich aan hem toevertrouwt, ontdekt een andere wind: zacht en tegelijk onweerstaanbaar, een vuur dat niet verteert maar tot leven wekt.

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280