Joh.17,1-11a (17/05/2026) 

1      Jezus hief hij zijn ogen naar de hemel en bad:
       “Vader, het uur is gekomen.
       Toon nu de grootsheid van Je Zoon,
       opdat Je Zoon Jouw grootsheid kan tonen.
2      Jij hebt hem volmacht gegeven over alle mensen
       opdat hij alles wat Jij aan hem hebt gegeven
       aan hun zou geven: het volle leven.
3      En dit is het volle leven:
       Dat zij Jou leren kennen,
       de enige, waarachtige God,
       en degene die Jij gezonden hebt:
       Jezus de gezalfde [Christos/Messiah].
4      Ik heb Jouw grootsheid getoond op aarde:
       Ik heb het werk volbracht
       dat Jij mij te doen gegeven had.
5      Toon dan nu, Vader,
       mijn grootsheid bij Jou,
       die ik bij Jou had voor de wereld was.
6      Ik heb Jouw naam geopenbaard
       aan de mensen die Jij mij gegeven hebt uit de wereld.
       Zij waren van Jou;
       Je hebt ze mij gegeven
       en zij hebben Jouw woord be-waar-d.
7      Zij hebben leren kennen
       dat alles wat Jij mij gegeven hebt
       van bij Jou komt
8      omdat ik de woorden die Jij mij gegeven hebt
       aan hen heb gegeven,
       en zij ze hebben aangenomen
       en erkennen naar waarheid dat ik van Jou ben uitgegaan.
       Zij geloven dat Jij mij hebt gezonden.
9      Ik bid voor hen,
       niet voor de wereld bid ik
       maar voor wie Jij mij gegeven hebt
       omdat zij van Jou zijn.
10     Al het mijne is van Jou
       en het Jouwe is van mij
       – daarin is mijn grootsheid getoond.
11a    Ik ben niet meer in de wereld.
       Zij zijn wel in de wereld,
       terwijl ik naar Jou kom.

Alleen de evangelist Johannes laat Jezus op het laatste avondmaal zo’n lange gebeden uitspreken. Hij kon dat natuurlijk niet weten, hij was er niet zelf bij. Maar het is wel zijn manier om te proberen uit te drukken wat er diep in Jezus leefde en wat hij als het allerbelangrijkste van zijn leven beschouwde. In ons bidden immers – als het oprecht is tenminste – komt de diepste kern van ons bestaan aan de oppervlakte.
Voor Jezus – en wij mogen in zijn spoor gaan – gaat dat over ‘vol leven’, wat niet blijkt te betekenen ons leven volproppen met hebbedingen, tijdvullers en ‘likes’, maar groeien in ‘in kennis zijn’ met de Vader. Een consequentie daarvan, of een uiting, blijkt te zijn dat we G-ds werk willen gaan doen – niet het onze. De innige verbinding met de Vader zou er moeten op uitlopen dat we gaan … bidden: Jóuw wil geschiede …

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280