Joh.16,29-33 (18/05/2026)
29 Nu zeiden zijn leerlingen hem:
“Kijk, nu spreek je vrijmoedig
en gebruik je geen beelden!
30 Nu weten wij dat jij alles weet
en dat het voor jou niet nodig is dat iemand je vragen stelt.
Daarom geloven wij dat je van God bent uitgegaan.”
31 Jezus antwoordde hun:
“Nu geloven jullie?
32 Kijk, er komt een uur
– ja, het is er al –
dat jullie verstrooid zullen worden,
elk naar het zijne,
en mij alleen achterlaten.
Maar toch ben ik niet alleen
omdat de Vader bij mij is.
33 Ik zeg dit tegen jullie
opdat je ín mij vrede zou hebben.
In de wereld heb je drukkende pijn,
maar hou moed:
ik heb de wereld overwonnen.
‘Verstrooid zijn’ … een mooi woord voor een niet zo mooie realiteit. Het heeft een uiterlijke kant: dan ligt onze aandacht en onze tijd verspreid over allerlei dingen en rotsen we van hot naar her; en het heeft een innerlijke kant: dan zijn we met ons hart niet bij waar we momenteel mee bezig zijn, dan zijn we niet ‘geconcentreerd’, d.i. gefocust op het eigenlijke centrum van ons leven.
“Er komt een uur – ja, het is er al – dat wij zeer verstrooid zullen leven.” …
Dat komt dus omdat wij Jezus alleen hebben achtergelaten. Wij betrekken hem niet werkelijk bij de dingen die wij doorheen de dag hebben te doen. Wij leven ‘niet-geconcentreerd’: het eigenlijke centrum van ons leven – Jezus – laten wij ergens achter, ‘opgespaard voor een uurtje op zondag’.
Nochtans, als wij ‘de drukkende pijn’ van hoe ‘de wereld’ er momenteel uitziet willen dragen en naar een vredevoller toekomst brengen, zal dat alleen kunnen vanuit zo’n ‘geconcentreerd’ leven.

