Joh.17,20-26 (21/05/2026)
20 Niet alleen voor hen bid ik,
maar ook voor wie door hún woord
nog zullen vertrouwen in mij;
21 opdat allen één zijn, Vader,
zoals Jij in mij en ik in Jou;
opdat ook zij in ons één zijn;
opdat de wereld zou geloven
dat Jij mij hebt gezonden.
22 En ik heb de grootsheid die Jij mij gegeven hebt
ook aan hen gegeven;
opdat zij één zijn
zoals wij één zijn;
23 ik in hen
en Jij in mij
opdat zij voltooid zouden zijn tot één;
en opdat de wereld erkent
dat Jij mij gezonden hebt
en hen daad-werkelijk hebt liefgehad
zoals Jij mij hebt liefgehad.
24 Vader,
diegene die Jij mij gegeven hebt,
het is mijn bedoeling
dat ook zij zijn waar ik ben
samen met mij;
opdat zij aanschouwen mijn grootsheid
die Jij mij gegeven hebt
omdat Je mij hebt liefgehad
nog vóór de grondvesting van de wereld.
25 Integere Vader,
de wereld heeft Jou niet erkend,
maar ik heb Jou erkend
en dezen hebben erkend
dat Jij mij gezonden hebt;
26 en ik heb hen
Jouw naam bekend gemaakt
en zal die blijven bekend maken
opdat de daad-werkelijke liefde
waarmee Jij mij hebt liefgehad
ook in hen is en ik in hen.
Jezus’ gebed gaat door — ook vandaag, ook in ons. Zijn verlangen is dat wij één mogen zijn zoals hij één is met de Vader. Het is geen opdracht die wij zelf moeten volbrengen, maar een werkelijkheid waarin wij mogen binnengaan. Onder alle verschillen, onder het voortdurende polariserende denken in “ik” en “jij”, leeft een diepere verbondenheid: een onderstroom die alles en allen draagt. Wanneer wij ons daaraan toevertrouwen, vallen grenzen langzaam weg. Dan ontdekken wij dat wij niet los van elkaar bestaan, maar gedragen worden door éénzelfde goddelijke stroom van Liefde. In de stilte van echte ontmoeting, in luisteren, in bidden en in liefdevolle aandacht wordt iets van die verborgen eenheid zichtbaar.
Omwille van die goddelijke Liefde heeft Jezus ieder van ons lief en bidt hij dat ook wij elkaar zouden liefhebben. Hij verlangt ernaar die onvoorwaardelijke Liefde door te geven. Aan ons om ons daarvoor te openen, erin te leven en haar daad-werkelijk zichtbaar te maken, zodat ook hij in ons kan zijn.

