Joh.20,19-23 (24/05/2026)
19 Toen het dan avond was, op die eerste dag,
waren de leerlingen bijeen,
met gesloten deuren, uit vrees voor de Joden.
Jezus kwam, hij stond in hun midden,
en zei tegen hen: “Vrede voor jullie!” [Shalom]
20 En hij toonde hun zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen waren diep verheugd
toen ze de Heer zagen.
21 Jezus zei hen opnieuw: “Vrede voor jullie!
Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik jullie.”
22 Toen blies hij over hen en zei:
“Ontvang de heilige Geest-adem.”
23 Als je iemands zonden [verwijdering] loslaat [vergeeft],
dan worden ze losgelaten;
als je ze vasthoudt, worden ze vastgehouden.
Wanneer angst of verdriet ons hart sluiten, trekken wij ons vaak terug achter denkbeeldige deuren van stilte en controle. Ook de leerlingen van Jezus zaten zo bijeen na zijn dood: verward, beschaamd en onzeker over de toekomst. Maar juist midden in die geslotenheid komt de Verrezene hen tegemoet, niet met verwijten, maar met een woord dat heelt: “Vrede”. Hij toont zijn wonden, als teken dat G-ds Liefde het lijden en de dood heeft doorstaan.
Langzaam wijkt de angst en groeit er opnieuw vertrouwen. De Heilige Geest opent hun hart voor vergeving, hoop en nieuw leven. Wat gebroken was, wordt niet uitgewist, maar liefdevol aangeraakt en geheeld.
Ook vandaag wil G-d mensen raken in hun kwetsbaarheid en hen bevrijden van alles wat benauwt en verdeelt. Waar wij ons openen voor die zachte kracht van vrede en barmhartigheid, kan nieuw leven ontstaan. En wij worden geroepen om zelf dragers van hoop en verbondenheid te zijn voor anderen.

