Joh. 21,15-19 (22/05/2026)
15 Nadat ze gegeten hadden, zei Jezus tegen Simon Petrus:
“Simon, zoon van Johannes, heb je mij daad-werkelijk lief,
meer dan de anderen hier?”
Hij antwoordde: “Ja, Heer, Je weet dat ik van jou houd.”
Jezus zei hem: “Weid mijn lammeren.”
16 En opnieuw vroeg hij hem:
“Simon, zoon van Johannes, heb je mij daad-werkelijk lief?”
Hij antwoordde: “Ja, Heer, Je weet dat ik van jou houd.”
Jezus zei hem: “Wees herder voor mijn schapen.”
17 En voor de derde keer vroeg hij hem:
“Simon, zoon van Johannes, hou je van mij?”
Petrus werd bedroefd omdat hij dit voor de derde keer vroeg.
Hij zei: “Heer, jij weet alles. Jij weet dat ik van je houd.”
Nu zei Jezus: “Weid mijn schapen.
18 Amen, amen, ik zeg jou:
Toen je jong was, deed je zelf je gordel om
en ging je waar je wilde,
maar wanneer je oud wordt,
zul je je handen uitstrekken en een ander zal je omgorden
en je brengen waar je niet wil.”
19 Zo duidde hij aan met wat voor dood hij God zou grootmaken.
Toen zei hij nog: “Volg mij.”
Het is vroeg aan het meer. De nacht heeft niets opgeleverd, alleen lege netten. Dan staat Jezus daar, aan de oever, bij het vuur.
Drie keer stelt hij Petrus dezelfde vraag: “Heb je Mij lief?” Niet luid, niet hard, maar rustig en onafwendbaar, alsof hij hem terugroept naar een moment dat hij liever zou vergeten.
Petrus zwijgt eerst. Hij weet nog van die nacht in de binnenplaats aan het vuur, waar hij zei: “Ik ken die mens niet.” Nu staat hij opnieuw bij een vuur. Alleen is het anders.
“Heer, jij weet alles. Jij weet dat ik van je houd.” Meer kan hij niet zeggen. Geen grote woorden meer, geen zekerheden. Alleen dat ene, broos en echt.
En telkens opnieuw krijgt hij geen verwijt, maar een opdracht: “Weid mijn lammeren. Wees herder voor mijn schapen.” Alsof Jezus zegt: Begin opnieuw, maar nu anders; niet meer vanuit kracht, maar vanuit wat je zelf hebt geleerd van zwakte.
Zo wordt wat gebroken was niet uitgewist. Het krijgt een plaats, en wordt omgevormd tot vertrouwen.
En aan het einde blijft alleen die ene zin, eenvoudig en helder, zoals een weg die openligt in de ochtend: “Volg Mij.”

