Joh.20,1.11-18  (22/07/2026) 

1      Op de eerste dag na de sabbat
       kwam Maria van Magdala vroeg – het was nog donker –
       naar het graf
       en zag dat de steen van het graf was weggenomen.

       [Nadat Petrus en Johannes het lege graf hadden gezien en weer weggegaan]
11     Maria [van Magdala] was wenend bij het graf blijven staan.
       Zo wenend, boog zij zich naar het graf toe
12     en aanschouwde twee boodschappers [angeloi]
       die daar zaten in het wit,
       één aan het hoofdeinde en één aan het voeteneinde,
       daar waar het lichaam van Jezus had gelegen.
13     Ze zeiden tegen haar:
       “Vrouw, waarom ween je?”
       Ze antwoordde hen:
       “Omdat ze mijn heer hebben weggenomen
       en ik niet weet waar ze hem hebben gebracht.”
14     Toen keerde zij zich om, naar achter [= weg van het graf]
       en aanschouwde Jezus die daar stond,
       zonder te weten dat het Jezus was.
15     Jezus zei haar:
       “Vrouw, waarom ween je? Wie zoek je?”
       Menend dat het de tuinman was, zei ze:
       “Heer, als jij hem weggedragen hebt,
       zeg me waar je hem hebt neergelegd,
       zodat ik hem kan halen.”
16     Nu zei Jezus tegen haar: “Maria.”
       Zij keerde om en zei: “Rabboeni!”
       – wat wil zeggen: mijn meester.
17     Jezus zei haar:
       “Hou mij niet vast,
       want ik ben nog niet opgegaan naar mijn Vader.
       Maar ga naar mijn broers
       en zeg hen:
       Ik ga op naar mijn en jullie Vader,
       naar mijn en jullie God.”

18     Maria van Magdala ging naar de leerlingen
       en berichtte hen dat zij de Heer had gezien
       en dat hij dit tegen haar had gezegd.

Er wordt niet vaak de aandacht op getrokken, maar Maria Magdalena was de eerste die naar het graf trok nadat Jezus was gestorven, en de eerste die hem ontmoette als de levende. De sporen van die vrouw uit Magdala liggen wat verspreid over de Evangelies, maar dat ze er een heel eigen rol heeft vervuld, mag duidelijk zijn. In de kerk heeft ze dan ook terecht de eretitel ‘apostel van de apostelen’ gekregen.
Zouden de apostelen van vandaag ook geen ‘apostel van de apostelen’ nodig hebben? Heeft onze kerk niet op nieuw hoge nood aan een dynamiek die haar weghaalt uit haar doodsangst?
Hoe deed Maria Magdalena dat? Zij liet zich leiden door de liefde! Het is haar liefde voor haar ‘rabboeni’ die haar hem kan doen ontmoeten als de levende.
Een nieuwe dynamiek voor onze kerk start dus altijd vanuit de liefde. Alleen vanuit die gloedvolle ontmoeting met de Lévende ontstaat leven!
Zullen wij / zal ík de ‘Maria Magdalena’s van vandaag’ zijn?

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280