Joh.1,43-51 (24/08/2026)
43 De volgende morgen besloot Jezus naar Galilea te gaan.
Hij ging er Filippus zoeken [heuriskei = vinden door actief te zoeken]
en zei hem: “Volg mij.”
44 Filippus was van Betsaïda, uit de stad van Andreas en Petrus. [vissersdorp aan de noordkant van het meer van Galilea]
45 Filippus ging Natanaël zoeken
[de traditie vereenzelvigt hem met de apostel Bartolomeus]
en zei hem:
“Wij hebben degene gevonden
over wie Mozes geschreven heeft in de Wijzing, en ook de profeten:
Jezus, de zoon van Jozef uit Nazaret!”
46 Natanaël repliceerde:
“Uit Nazaret? Kan daar iets goeds van komen?”
Maar Filippus zei hem: “Kom en zie!”
47 Jezus zag Natanaël naar zich toekomen
en zei over hem:
“Kijk! Een waarachtige Israëliet,
iemand wiens hart geen ongerechtigheid herbergt.” [Ps.32,2]
48 Natanaël vroeg hem:
“Vandaar ken jij mij?”
Jezus antwoordde:
“Vóór Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat,
zag ik jou!”
49 Nu zei Natanaël:
“Rabbi, jij bent de zoon van God,
jij bent de koning van Israël!”
50 Jezus antwoordde hem:
“Omdat ik je zei dat ik je zag onder de vijgenboom, geloof je?
Je zult grotere dingen dan deze zien!”
51 En hij zei:
“Amen, amen, ik zeg jullie:
Je zult de hemel geopend zien
en Gods engelen zien opklimmen en neerdalen op de mensenzoon.”
Tot geloof komen heeft alles te maken met 'zien' en 'gezien worden'. Het begint bij G-d die het initiatief neemt. Hij kijkt ons aan en roept ons – maar zijn stem klinkt doorheen mensen. Zoals Jezus Filippus zocht en Natanaël al zag zitten onder de vijgenboom, zo zoekt hij ook vandaag nog mensen. Niet via dogma’s of discussies, maar door een kettingreactie van menselijke getuigenissen. Geloof wordt immers doorgegeven door hen die 'gezien' hebben en daar niet over kunnen zwijgen. Telkens opnieuw gaat het om concrete gebeurtenissen die ons anders naar het leven doen kijken — liefdevol. Want wie liefdevol kijkt, ziet waar het werkelijk om gaat.
Maar om gevonden te worden, moet je 'vindbaar' zijn en je afstemmen op de frequentie van goddelijke en menselijke Liefde.
Laat jij je door die Liefde vinden, of ga je er zelf naar op zoek?
“Kom en zie!”

