Lc.18,35-43 (17/11/2025)
35 Jezus naderde Jericho.
Een blinde zat langs de weg te bedelen.
36 Toen die de doortrekkende menigte hoorde,
vroeg hij wat er aan de hand was.
37 Ze zeiden hem dat Jezus van Nazareth voorbijkwam.
38 Hij schreeuwde:
“Jezus, zoon van David, ontferm je over mij!”
39 Degenen die voorop liepen
legden hem het zwijgen op,
maar hij schreeuwde nog luider:
“Zoon van David, ontferm je over mij!”
40 Jezus bleef staan
en beval
dat hij bij hem gebracht zou worden.
Toen hij naderbij gekomen was,
stelde hij hem de vraag:
41 “Wat wil je dat ik je doe?”
“Heer, dat ik weer kan zien!”
42 “Zie weer, zei Jezus,
je vertrouwen heeft je behoed.”
43 En onmiddellijk kon hij weer zien
en volgde Jezus, God lovend.
Iedereen die dit gezien had,
loofde God.
Hoe luid roep ik om Gods ontferming over mij?
Is het een schreeuw uit het diepst van mijn binnenste?
Laat ik mij niet tegenhouden door de goegemeente die beter meent te weten wat passend of juist is?
Wéét ik, zonder te zien, dat Jezus mijn redding is?
Ken ik de vraag die in mij leeft en die ik aan Jezus zou willen stellen?
Leeft er vertrouwen in mij dat hij mij zal horen?

