Lc.18,1-8 (15/11/2025)
1 Hij vertelde hen nog een gelijkenis,
met het oog op dat het nodig is
te blijven bidden en te volharden:
2 “In een stad was er een rechter
die de vrees voor God
en de bekommernis om mensen
niet kende.
3 Nu was er in die stad een weduwe
die telkens opnieuw naar hem toekwam:
“Doe mij recht ten opzichte van mijn tegenpartij.”
4 Een tijdlang wilde hij niet,
maar op den duur zei hij tegen zichzelf:
“Ook al ken ik niet
de vrees voor God
en de bekommernis om mensen,
5 omdat die weduwe mij zo last berokkent,
zal ik haar recht doen,
anders komt ze mij nog in mijn gezicht slaan.”
6 Nu zei de Heer:
“Hoor wat deze ongerechte rechter zegt!
7 Zal God dan geen recht doen
aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen
en lankmoedig naar hen luisteren?
8 Ik zeg jullie:
Met haast zal hij hen recht doen!
Maar als de mensenzoon zal komen,
zal hij dan wel vertrouwen vinden op aarde?”
Ook dit Evangelie hadden we recent op zondag (zie 19 okt.) We stonden toen stil bij wat ‘volhardend gebed’ kon zijn. Vandaag kijken we even naar de twee levenshoudingen die uit de twee personages spreken.
De rechter is een geacht – of is het eerder: gevreesd? – man in de stad. Hij heeft een functie die hem aanzien en macht – en waarschijnlijk bijgaand ook geld – geeft. Hij kan veel bepalen, voor zijn eigen leven en voor dat van anderen. En toch kun je hem niet ‘een vrij mens’ noemen. Integendeel, eigenlijk leeft hij in een kramp en gaat veel van zijn energie naar het afweren van de spoken die hij zelf heeft gecreëerd!
De weduwe staat daar diametraal tegenover. Macht heeft ze op geen enkele manier. Integendeel, ze is erg afhankelijk van wat anderen voor haar beslissen. Rijkdom zal ze in haar weduwestaat zeker ook niet hebben. Maar wat een vrijheid! Wat een vrijmoedigheid! Waar haalt ze die kracht? Tegenover de éigen-machtigheid van de rechter staat haar vertrouwen dat G-d uiteindelijk wél recht doet.
De vraag zou natuurlijk weer kunnen zijn: welke van beide houdingen is de mijne? Maar antwoord niet te snel, want ongetwijfeld wonen béide in mij …

