Lc.1,57-66 (23/12/2025)
57 Voor Elisabet brak de tijd aan van de bevalling
en zij bracht een zoon ter wereld.
58 De omwonenden en haar verwanten hoorden
dat de Heer grote tederheid aan haar had getoond
en zij verheugden zich, samen met haar.
59 Op de achtste dag kwamen ze het jongetje besnijden
en noemden het naar zijn vader Zacharias.
60 Maar zijn moeder zei:
“Nee! Het zal genoemd worden: Johannes!”
61 Ze antwoordden haar:
“Maar er is niemand in jouw familie
die deze naam draagt.”
62 Ze wenkten nu zijn vader,
hoe hij zou willen dat het genoemd werd.
63 Hij vroeg een schrijfplankje en schreef:
“Johannes is zijn naam!”
En allen verwonderden zich.
64 Onmiddellijk kon hij weer spreken
en hij zegende God.
65 Huiver overkwam alle omwonenden
en in heel het bergland van Judea werd dit besproken.
66 Al wat men hoorde, sloot men in het hart:
“Wat zal er toch van dit jongetje worden?”,
want de hand van de Heer was met hem.
We zijn opnieuw in het huis van Zacharias en Elisabet. Maria is – vol zegen – naar haar eigen huis teruggekeerd. Er staat iets te gebeuren van Godswege. Het is de achtste dag na de geboorte. Het huis stroomt vol met buren en verwanten. Het kind zal worden besneden, opgenomen in het verbond van G-d met zijn volk. Ook de naam zal klinken. Iedereen weet het zeker: hij zal Zacharias heten. Maar dan klinkt daar het besliste “nee” van Elisabet. Nee, dit kind zal niet leven op het spoor van het vanzelfsprekende, niet bepaald worden door zijn natuurlijke afkomst.
Alle ogen richten zich nu op Zacharias. Zal hij luisteren? Het is een kantelpunt: blijft alles bij het oude, of wordt er ruimte gemaakt voor het nieuwe, voor toekomst? Dan gebeurt het: Zacharias luistert naar binnen. Zwijgen blijkt vruchtbaar. Stilte schept ruimte. Hij doet een stap opzij en schrijft: Johannes. Wat een echt ja al niet vermag. Moge ook ons kleine ja meeklinken in wat ons overkomt. In de stilte, voorbij de leegte G-d laten gebeuren.

