Lc.5,27-32 (21/02/2026)

27     Hierna ging hij weg
       en zag een tollenaar, Levi genaamd, zitten bij het tolhuis.
       Hij zei tegen hem:
       “Volg mij.”
28     Hij stond op,
       liet alles achter
       en volgde hem.
29     Levi liet voor hem in zijn huis een groot feestmaal bereiden
       en een groot aantal tollenaars en anderen
       lagen mee met hem aan tafel.
30     De farizeeën en hun schriftgeleerden
       zeiden morrend tegen Jezus’ leerlingen:
       “Waarom eten en drinken jullie met tollenaars en zondaars?”
31     Jezus antwoordde hun:
       “Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken.
32     Niet om rechtvaardigen te roepen, ben ik gekomen, maar zondaars.”

Als dít het resultaat van onze vasten zou kunnen zijn, dan zou dat fantastisch zijn! Als wij net als Levi zo grif Jezus zouden volgen op zijn wenk …
En we kunnen ons niet wegsteken achter onze zogezegde kleinheid (“ach, wie ben ik maar om Jezus te volgen”): Levi was een ‘notoir zondaar’, want een tollenaar. En het slot van het Evangelie zegt het expliciet: “Niet om rechtvaardigen te roepen, ben ik gekomen, maar zondaars.”
Er is dus hoop voor mij! Alleen moet ik me laten aanspreken door hem. Ik moet zijn roep binnenlaten in mijn leven – mijn leven, zoals het er momenteel uitziet, alle ‘zondigheid’ en kleinheid inbegrepen. Dáár komt Jezus mij tegemoet, dáár heeft hij mij gezien en dáár roept hij mij: “Volg mij.”
Zal ik onmiddellijk erop ingaan? Of na 40 dagen? Of na 40 jaar …

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280