Lc.4,16-30 (31/08/2026)
16 Ook kwam hij in Nazaret, waar hij was opgegroeid.
Zoals hij gewoon was,
ging hij op de dag van de sabbat
binnen in het huis van samenkomst.
Hij stond op om voor te lezen
17 en men gaf hem een boekrol van de profeet Jesaja.
Hij opende de boekrol
en vond de plaats waar geschreven staat:
18 De geest van de Heer is over mij gekomen –
hij heeft mij gezalfd,
om de bevrijdende boodschap te verkondigen
aan wie zich arm weten.
Hij heeft mij gezonden
om wie gebroken is te genezen,
om wie gevangen zit vrijlating te melden,
om wie blind is het zicht terug te geven,
om wie verdrukt wordt te bevrijden;
19 om af te kondigen
een genadejaar van de Heer. [Jes.61,1-2]
20 Hij rolde het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar
en ging zitten.
De ogen van allen in het huis van samenkomst
waren aandachtig op hem gericht.
21 Hij begon nu tegen hen te spreken:
“Vandaag
is voor jullie oren
dit Schriftwoord in vervulling gegaan!”
22 Allen vielen hem bij en verwonderden zich
over de woorden van genade die uit zijn mond kwamen,
en ze zeiden:
“Is dat niet de zoon van Jozef?”
23 Hij zei tegen hen:
“Natuurlijk zullen jullie mij de spreuk voorhouden:
Geneesheer, heel jezelf!
Al die dingen die in Kafarnaüm gebeurd zijn
– naar wij gehoord hebben –
doe ze ook eens hier in je vaderstad.
24 Daarop zei hij:
“Zeker, ik zeg jullie
dat geen enkele profeet welkom is in zijn vaderstad.
25 Naar waarheid zeg ik jullie:
In de dagen van [de profeet] Elia
waren er veel weduwen in Israël
toen de hemel gedurende drieëneenhalf jaar gesloten bleef
zodat er grote hongersnood kwam over heel het land.
26 Toch werd Elia naar geen van hen gezonden
[om haar te redden van de hongerdood – 1 Kon.17]
maar naar een weduwe is Sarepta bij Sidon [= buiten Israël].
27 En ten tijde van de profeet Elisa
waren er veel melaatsen in Israël.
Toch werd geen enkele van hen gereinigd
maar wel de Syriër [= buitenlander] Naäman.”
28 Allen die in de samenkomst [synagoge] waren
en dit hoorden
raakten overvol woede.
29 Ze stonden op en wierpen hem buiten de stad.
Ze dreven hem naar de rand van de berg
waarop hun stad gebouwd was,
om hem van de steilte te gooien.
30 Maar hij ging midden tussen hen door
en trok weg.
Als Jezus iets van het doel van zijn leven wil verduidelijken, dan haalt hij er geen theologisch boek bij, maar de Bijbel, en hij past wat daar geschreven staat heel direct toe op zichzelf. En wat hij daar leest is opnieuw geen spitsvondige theologie, geen theorie, geen leer, ook geen kerkstructuur en ook geen kleinzielig gekrakeel onder gelovigen, maar een heel concrete en daad-werkelijk aandacht en nabijheid bij mensen in nood. Zó is de G-d van de Bijbel ‘van in den beginne’, ‘als principe’, zó is Jezus, die niets anders doet dan het Verhaal dat zijn Vader met zijn volk schreef zó concreet te maken dat hij het handen en voeten, een lichaam en vooral een hart gaf!
Waar staan wij, volgelingen van díe Jezus, daarmee vandaag, in ons eigen leven, in onze kerk, lokaal of wereldwijd?
Er staat nog een merkwaardig vervolg bij dit Evangelie: Hoe eenvoudig en ‘logisch’ – althans volgens de logica van de liefde – deze boodschap ook is, ze roept veel weerstand en tegenstand op!
Laten we samen Bijbel lezen, om te weten te komen wat het is Christen te zijn, én om niet bang te zijn van de consequenties …

