Lc.8,1-3 (18/09/2026)
1 Daaropvolgend trok Jezus een tijdlang langs stad en dorp.
Hij predikte en bracht het Goede Nieuws
van het koningschap van God.
De twaalf waren bij hem
2 en ook enkele vrouwen die geheeld waren van boze geesten en ziekten,
waaronder Maria van Magdala, uit wie zeven demonen waren weggegaan.
3 Ook Johanna, de vrouw van Herodes’ zaakvoerder Chuzas,
Suzanna en vele andere vrouwen
zorgden voor hen met wat zij hadden.
Het goede nieuws breng je niet in je eentje – dat doe je samen, als gemeenschap. Lucas laat ons in dit korte fragment zien hoe dat er uitzag ten tijde van Jezus. Hij trok niet rond als eenzame leider, maar had een heel diverse groep mensen om zich heen.
Opvallend is de aanwezigheid van de vrouwen. In die tijd verre van vanzelfsprekend. Ze lopen niet zomaar wat mee in de marge, maar dragen de groep en delen gul van wat ze hebben. Een mooi en verrassend beeld van mannen én vrouwen die zorg dragen voor elkaar.
Dat geeft ons vandaag wel iets om over na te denken. Het Evangelie is geen verhaal dat we enkel met woorden doorgeven. Het krijgt pas betekenis wanneer we het gaan léven: door een gemeenschap te vormen waar we elkaar werkelijk zien, noden opmerken en er daadwerkelijk iets mee doen. Daar waar we die ruimte voor elkaar maken, wordt het goede nieuws vandaag al waargemaakt. Niet als een zware opdracht, maar als de meest waardevolle manier van samen-leven.

