Lc. 8,4-15  (19/09/2026)

4      Mensen uit allerlei steden kwam op hem af,
       zodat zich een grote menigte verzamelde.
       Hij vertelde hen een gelijkenis:
5      Een zaaier ging uit om te zaaien.
       Bij het zaaien viel een deel op de weg.
       Het werd vertrapt en de vogels aten het op.
6      Een ander deel viel op rotsige grond.
       Toen het begon te groeien verdorde het
       omdat het onvoldoende water had.
7      Weer een ander deel viel tussen de dorens.
       Die groeiden mee op en verstikten het opkomende graan.
8      Maar een deel viel in goede aarde
       en toen het volgroeid was
       bracht het buitengewoon veel vrucht voort.
       Hierna riep Jezus uit:
       “Wie oren heeft om te horen, laat hij luisteren!”

9      Zijn leerlingen vroegen hem nu:
       “Wat bedoelt deze gelijkenis?”
10     Hij antwoordde:
       “Jullie, die leerling willen zijn,
       is het gegeven de verborgenheden
       van het koninkrijk van God te leren kennen.
       Tot de anderen spreek ik in gelijkenissen
       omdat zij ziende niet zien en horende niet verstaan.

11     Dit bedoelt nu deze gelijkenis:
       Het zaad is het woord van God.
12     Die langs de weg
       zijn zij die het horen.
       Maar dan komt de tweedrachtzaaier
       en neemt het woord weg uit hun hart,
       zodat ze niet tot innerlijk vertrouwen zouden komen
       en behoed worden.
13     Die op rotsige grond
       zijn zij die, wanneer zij het horen,
       het woord met vreugde ontvangen,
       maar geen wortel hebben.
       Voor een tijdje staan ze in dat vertrouwen,
       maar in een tijd van beproeving, nemen zij er afstand van.
14     Die tussen de dorens vallen
       zijn zij die het horen,
       maar gaandeweg verstrikt raken
       in de zorgen of de rijkdom en genietingen van het leven
       en daardoor niet voldragen raken.
15     Die in goede aarde vallen
       zijn zij die het woord horen
       en het behouden in een goed hart
       en daardoor duurzaam vrucht dragen.”

Jezus reikt ons een gelijkenis aan. Gelijkenissen zijn niet bedoeld als vrijblijvende sprookjes, maar proberen iets te onthullen over G-d en onszelf. Ze houden ons een spiegel voor.
In de duiding die Jezus geeft, zie ik dat de vier gronden mijn eigen wispelturige landschap zijn. Het ene moment laat ik de zaadjes langs me heen glijden, het andere verdort mijn enthousiasme op de rotsen, of verstikt de dagelijkse wanorde het kiemende leven.
Tegelijk laat het beeld zien hoe onvermoeibaar de zaaier blijft zaaien — juist ook op mijn dorre plekken. Ook laat het mij zien dat mijn bereidheid om dat zaad simpelweg te ontvangen, hoe broos ook, al goede aarde is.
Ten slotte stel ik mij de vraag: waar laat ík mij vinden? Blijf ik ondoordringbaar, of geef ik de Zaaier de ruimte om in mij te spitten — de steentjes op te ruimen, de dorens te wieden — zodat het woord in én door mij heen vrucht kan dragen? Eén ding is zeker: elk moment is goed om mijn grond te laten bewerken.

Het onderweghuis

logo
  Het Onderweghuis
  Grote Baan 121
  2235 Hulshout
  BE47 9796 4400 0280